Hoe ga je om met weerstand vanuit de buurt tegen de komst van een voorziening voor verslaafde daklozen? Frank Pleijers zegt dat er veel mogelijk is als bewoners als gelijkwaardige partij aan de overlegtafel zitten. Goede afspraken, een onafhankelijk voorzitter en investeren in vertrouwen bleken een succesformule bij het wegnemen van weerstand.
Frank is projectleider bij de Stichting Begeleid Wonen Utrecht
(SBWU) voor de hostels Maliehof, Wittevrouwen, Hogelanden en Overvecht. Hij neemt binnenkort afscheid bij
de SBWU. De hostels die hij heeft opgezet bieden een plek en zorg aan verslaafde
daklozen in Utrecht. De gemeente wilde de overlast van daklozen verminderen en
de zorg voor deze groep verbeteren. De taak van Frank was om de zorg voor de
daklozen vorm te geven en een team van hulpverleners te werven. Belangrijk was ook
het betrekken van de buurt bij de hostels.
Hoe pak je zoiets aan? Voor de komst van een hostel wordt er
een informatiebijeenkomst georganiseerd voor buurtbewoners en andere
belangstellenden. Iemand van de gemeente vertelt over het hostel en wat de
buurtbewoners kunnen verwachten. Frank geeft op zo’n
avond informatie over de zorgverlening in het hostel. Op zo’n
avond is er vaak veel weerstand vanuit de buurt tegen de komst van het hostel. Toch
wordt de dialoog met de buurt gezocht.
Beheergroep
Ongeveer een half jaar voor de opening van het hostel wordt
er een beheergroep aangesteld. De beheergroep heeft als taak de inbedding van
het hostel in de wijk. Allereerst wordt afgesproken hoe de beheergroep gaat
samenwerken. Vervolgens stelt de beheergroep een beheerplan op, dit is het
routeboekje voor de toekomst. Hierin staan de afspraken tussen de buurt en het
hostel. De beheergroep ziet toe op naleving van de afspraken.
De beheergroep bestaat meestal uit buurtbewoners, winkeliers,
politie, gemeente, Frank en een onafhankelijk voorzitter. De onafhankelijke voorzitter
zorgt ervoor dat iedere stem even zwaar telt in de beheergroep. Een andere taak
van de voorzitter is de informatie in de beheergroep toegankelijk maken.
Schouw
De leden van de beheergroep worden ook ingezet als deskundigen.
Er wordt een schouw georganiseerd. Vooral de buurtbewoners weten exact de
plekken aan te wijzen die mogelijk voor problemen kunnen zorgen. Vervolgens onderneemt
de gemeente actie, bijvoorbeeld door struikgewas te snoeien of een extra straatlantaarn
te plaatsen. Ook worden er afspraken gemaakt, bijvoorbeeld dat het ‘leugenaarsbankje’ in Ondiep alleen bedoeld is voor buurtbewoners
en dat het niet een plek mag worden voor hostelbewoners.
Na de opening van het hostel komt de beheergroep een aantal
keren samen om eventuele klachten te bespreken en op te lossen. Ongeveer
anderhalf jaar na de opening van het hostel heeft alles zijn vorm gekregen en kan
de beheergroep worden opgeheven. Sommige beheergroepen blijven slapend bestaan.
Mocht er nog een klacht komen dan komt men weer bij elkaar.
Weerstand
Frank begrijpt dat er weerstand is vanuit de buurt voor de
komst van een hostel. Niemand zit tenslotte te wachten op zo’n
soort voorziening om de hoek. Toch kan hij met een goed gevoel terugkijken.
Zijn grootste succes noemt hij het contact met de buurt. Vanuit zijn
achtergrond als hulpverlener was hij het contact met de buurt niet gewend. Nu
ziet hij in hoe belangrijk het is geweest dat er goede contacten waren met de
buurt. Er waren korte lijnen tussen gemeente, politie en buurtbewoners en er is
geïnvesteerd in vertrouwen. De rol van een beheergroep is heel belangrijk.
Frank denkt dat in de toekomst in Utrecht zo’n
beheergroep bij de komst van voorzieningen in een wijk die weerstand oproepen
uitkomst kan bieden. “Je kunt het wantrouwen wat de mensen hebben tegen de
overheid wegnemen door deze manier van communiceren en samenwerken.” Op 21 oktober 2008
is een rapport over de inzet van beheergroepen verschenen en aan de gemeente
aangeboden.
Veiligheid
Een onafhankelijk bureau onderzoekt standaard of de komst
van de hostels tot meer criminaliteit heeft geleid. Voor en na de komst van het
hostel wordt een meting in de buurt uitgevoerd. In alle gevallen is aangetoond
dat het even veilig is gebleven in de buurt. Dit stelt de buurt natuurlijk
gerust. Zowel de veiligheid als de veiligheidsbeleving is niet verminderd.
Een ander succes noemt Frank dat dakloze verslaafden
daadwerkelijk geholpen zijn. Dat is in de hulpverlening lang een vergeten
doelgroep geweest. Vroeger leefden veel van deze verslaafden onder Hoog Catharijne bij de bevoorradingstunnels. Voor Utrecht zijn
er cijfers bekend dat er op sommige plekken minder overlast is dan voorheen.
Toch een mooi effect van de komst van de hostels. De doelen van de gemeente -minder overlast en betere zorg- zijn dan ook glansrijk
gehaald.
In Utrecht komt er in de wijk Leidsche
Rijn nog één hostel. Voor Frank is zijn werk in Utrecht klaar. Voor andere
gemeenten heeft Utrecht een voorbeeld functie. Frank wil dit ‘Utrechts model’ dan
ook in andere gemeenten gaan opzetten.
[MZ]
Reacties:
Plaats hier uw reactie: