In Utrecht worden voorlopig ieder jaar bijna 3.500 nieuwbouwwoningen gebouwd, bijna een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren. Burgemeester en wethouders geven hoge prioriteit aan het bouwen van zoveel mogelijk nieuwbouwwoningen om het tekort op de woningmarkt te bestrijden en de wachttijden te verkorten.
Het ‘Woningbouwprogramma
2005-2009/2010’ (“Bouwen aan Wonen”) is een uitwerking van de ambities uit het
collegeprogramma, mede in het licht van afspraken met andere overheden,
corporaties en marktpartijen. In het programma ligt het accent op verhoging van
de productie, daarbinnen is aandacht voor de sociale woningbouw en de bouw van
starters- en studentenwoningen. In het ‘Actieprogramma Koopstarters’ doet het
college voorstellen om het voor starters op de woningmarkt makkelijker te maken
aan een betaalbare koopwoning te komen.
Ambitie: 13.900 woningen klaar voor 2010
Het woningbouwprogramma
bestaat uit nieuwbouw die voor 2010 opgeleverd kan worden. De ambitie van het
college ligt hoog: er wordt een uiterste inspanning gedaan om samen met bouwende
partijen in de periode 2006 t/m 2009 13.900 woningen opgeleverd te krijgen.
Daarvan komen 8.400 woningen in Leidsche Rijn en 5.500 in bestaand
stedelijk gebied. Een verdere verhoging van de woningproductie acht het college
niet mogelijk.
Extra sociale woningbouw
Binnen de huidige plannen
kan de doelstelling gehaald worden om 40% van de nieuwbouw in de categorie
‘sociale huur en sociale koop’ te realiseren. De verhoging van het tempo en het
realiseren van dit percentage leidt er toe dat de doelstelling om extra sociale
woningbouw te realiseren in belangrijke mate gehaald wordt. Naar verwachting
vermindert daarmee de druk op de goedkope voorraad en worden de wachttijden
voor sociale woningen korter. Het blijkt echter niet mogelijk om daar bovenop
nog eens 1.000 extra sociale woningen toe te voegen in deze collegeperiode.
Voor de lange termijn (vanaf 2010) worden de mogelijkheden voor extra sociale
woningbouw verder verkend, tegen de achtergrond van de noodzaak voor meer
sociale woningbouw en een evenwichtige balans tussen stad en regio.
Ook wordt gewerkt aan betere spreiding van betaalbare woningen over de stad. De
plannen komen tegemoet aan de wens om in de wijken Oost en Noordoost 1.250
sociale woningen te bouwen, waarvan 1.000 studenteneenheden. In deze twee
wijken zijn projecten gepland voor ruim 1.400 sociale woningen en eenheden. Op
wat langere termijn zijn er meer mogelijkheden voor sociale woningbouw aan de
oostkant van de stad.
Ruim 1.800 extra studentenwoningen
De doelstelling om 1.820
studenteneenheden te bouwen tot 2010 kan worden gehaald, in het
uitvoeringsprogramma zijn projecten opgenomen voor samen 1.864 eenheden.
Daarnaast koopt de SSH jaarlijks een aantal eenheden aan ten behoeve van
studentenhuisvesting en worden veel vrijkomende panden benut voor tijdelijke
studentenhuisvesting. De wachttijden voor studentenhuisvesting lopen nu al
terug, het tekort aan studentenwoningen daalt de komende jaren flink.
Meer kansen voor starters
Utrecht kent meer dan 52%
éénpersoonshuishoudens en een relatief jonge bevolking. Dit brengt een grote
vraag naar huisvesting voor starters met zich mee. In het aparte
‘Actieprogramma voor de Utrechtse Koopstarters’ doet het college voorstellen om
het voor starters gemakkelijker te maken een koopwoning te vinden. Het aanbod
hiervoor is in Utrecht beperkt en de prijzen zijn hoog. De maatregelen richten
zich daarom zowel op verruiming van het aanbod als op de financiële
bereikbaarheid voor starters. Als ondersteunende maatregel komt er een aparte
website met het Utrechtse woningaanbod voor starters.
Meer woningen beschikbaar voor doelgroep
In het Utrechtse
woningbouwprogramma 2006-2009 zijn 1.600 koopwoningen (dus gemiddeld 400 per
jaar) opgenomen die bereikbaar zijn voor starters, dat wil zeggen woningen met
een prijs tot € 181.512. Voor de programmering van woningen vanaf 2010 worden
de mogelijkheden bekeken om de jaarlijkse productie van goedkope koopwoningen
verder te verhogen. Ook door verkoop van bestaande huurwoningen kan er meer
aanbod beschikbaar komen voor koopstarters. De gemeente wil daarom met
corporaties aanvullende afspraken maken over de verkoop van bestaande
huurwoningen. Tenslotte wil het college de regels voor
toewijzing van nieuwe woningen (tot € 181.512) zodanig aanpassen, dat deze voor
een deel bij voorrang aan starters worden toegewezen.
Financiële bereikbaarheid
De ‘starterslening’
en ‘vormen tussen huur en koop’ zijn instrumenten om de financiële
bereikbaarheid van koopwoningen voor de doelgroep te vergroten. De Utrechtse
starterlening is in 2003 ingevoerd, de gemeente verwacht de komende periode
jaarlijks 100 aanvragen. Het college stelt voor 2007 een budget van € 1,8
miljoen beschikbaar voor de starterslening. Als dit
budget onvoldoende blijkt, wordt er extra geld voor gezocht.
In het collegeprogramma is het voornemen opgenomen een experiment aan te gaan
met sociale koopwoningen, waarbij bewoners een huis kunnen kopen dat voor 50%
wordt gefinancierd door de corporatie en voor 50% door henzelf. De Utrechtse
corporaties hebben inmiddels aangeboden om 600
woningen in tussenvormen te realiseren. Het college wil op dit aanbod ingaan en
concrete voorstellen uitwerken, met name voor de
herstructureringswijken.