De stad Utrecht wil woonduur handhaven als criterium bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Het regionale plan om deze rechten te schrappen heeft volgens wethouder Van Kleef meer nadelen dan voordelen, zei zij gisteren tegen de raadscommissie voor stedelijke ontwikkeling.
Op
grond van het regionale woonruimte-verdelingsssysteem
van het BRU moeten woningcorporaties hun woningen tot aan de huursubsidiegrens
aanbieden via de Woningkrant.
Soms staat er in de Woningkrant een rubriek met "huur-directwoningen".
Dit zijn woningen die niet op de reguliere manier verhuurd worden omdat de
inschatting is dat er geen geschikte kandidaten op de betreffende woningen
reageren. Deze woningen kunnen daarom door de corporaties ook
verhuurd worden aan woningzoekenden die niet aan de inschrijvings-
en passendheideisen voldoen.
De Bundeling heeft geconstateerd dat er de laatste tijd veel woningen in deze
rubriek worden aangeboden. Het betreft zowel woningen van BO-EX
als van Mitros. BO-EX geeft
aan dat het om specifieke ouderenwoningen gaat. Mitros
heeft nog geen uitsluitsel gegeven over welke woningen het gaat.
Dit brengt de fractie GroenLinks tot de volgende vragen:
Op welke wijze komt het
aanbod van huur-directwoningen tot stand?
Antwoord van Burgemeester en wethouders:
In de Huisvestingsverordening is in artikel 2.3.4 Flexibiliteit en in
artikel 2.3.5 Huur-direct-pagina een uitwerking
te vinden van de voorwaarden en spelregels bij huur-direct woningen. De uitwerking is in de
praktijk als volgt vorm gegeven. Wanneer een woning die op de reguliere
wijze is gepubliceerd, geen kandidaten heeft opgeleverd, dan kan de
verhuurder de woning plaatsen in de huur-direct
rubriek. Van enkele woningen/complexen is bekend dat er weinig tot geen
kandidaten op reageren. In dat geval wordt de woning direct geplaatst in
de huur-directrubriek. Bij de
volgordebepaling wordt voorrang gegeven aan huishoudens die wel over een
binding beschikken en waar gezien huishoudgrootte en leeftijd sprake is
van passende huisvesting. In de Woningkrant wordt de toewijzing van
huur-direct verantwoord. In krantrapportages en
kwartaalrapportages zijn de huur-direct woningen
herkenbaar.
Deelt het college de zorg
van GroenLinks dat er steeds meer woningen via de huurdirect-pagina
worden aangeboden?
Antwoord:
Het aandeel huur-direct woningen stijgt, maar
ten opzichte van het (ook stijgende) totaal aantal aangeboden woningen
minimaal. In 2003 werden 24 huur-direct
woningen geadverteerd en dat was 0,4% van het totale woningaanbod. In 2004
(t/m 3e kwrt) zijn er 34 huur-direct
woningen geadverteerd en dat is 0,7% van het totale woningaanbod. Het
merendeel van de huur-direct woningen wordt
verhuurd aan woningzoekenden die voldoen aan de reguliere eisen en
voorwaarden zoals in de huisvestingsverordening is vermeld. Gezien deze ontwikkeling deelt het college de zorg niet.
Worden de corporaties op
enige wijze gecontroleerd op dit specifieke aanbod?
Antwoord:
De woningtoewijzing van huur-direct
woningen vindt binnen het Aanbodsysteem geautomatiseerd plaats. De
toewijzingen worden verantwoord in de Woningkrant en op internet.
Geldt er een maximum voor
het aantal woningen dat via de huur-directpagina
kan worden aangeboden? Zo nee, is het College bereid om in overleg met de
corporaties tot een vorm van maximering te komen?
Antwoord:
Er geldt geen maximum. Gelet op het kleine aantal huur-direct
woningen wordt een afspraak voor maximering met de corporaties op dit
moment niet nodig geacht.
Geldt voor deze woningen
het reguliere urgentiesysteem? Zo nee, maken deze woningen deel uit van de
5% regeling van woningen waar urgenten niet op
mogen reageren?
Antwoord:
Neen, urgentie telt niet mee bij de volgordebepaling. De woningen worden
in deze fase niet meegeteld bij 5% regeling. Omdat de meeste woningen wel
eerst op een reguliere wijze zijn aangeboden, zijn urgenten
wel in de gelegenheid geweest om op de woning met gebruikmaking van de
urgentie te reageren.
Dat het om specifieke
ouderenwoningen(BO-EX) gaat doet vermoeden dat
ouderen blijkbaar deze woningen niet willen. Is het college op de hoogte
van de redenen hiervoor.
Antwoord: De gemiddelde oudere heeft een duidelijke
voorkeur voor nieuwere complexen, zoals Nieuw-Plettenburgh,
Nieuw-Bleyenburg, complex Tolsteeg en Rubenslaan. Oudere complexen genereren minder of zelfs
geen reacties. Deze woningen worden eerst regulier in de WoningKrant gepubliceerd. Indien dat geen kandidaten
oplevert worden de woningen via huurdirect aangeboden en daarna eventueel
direct aan anderen (die aan de vergunningvereisten voldoen).
Is het college bereid te
onderzoeken wat hier aan de hand is en de commissie Stedelijke
Ontwikkeling hierover te informeren?
Antwoord:
Gelet op bovenstaande wordt een onderzoek niet nodig geacht.