In de grote steden zijn de mogelijkheden van bewoners om te participeren in de wijkaanpak beperkt. In kleinere steden hebben de gemeenten de participatie over het algemeen actiever bevorderd. Afspraken met bewoners zouden vaker en beter moeten worden vastgelegd. Bewoners zouden beter ondersteund moeten worden om hun bijdrage te leveren en de terugkoppeling over wat er met hun inbreng wordt gedaan zou beter kunnen.
Ziehier
een aantal conclusies uit een onderzoek naar de bewonersparticipatie in de 40
door de voormalige minister van WWI aangewezen aandachtswijken, waaronder Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen oost en Overvecht. Het
onderzoek is uitgevoerd door de universiteit van Tilburg in opdracht van het
Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken [LSA] en is een vervolg op een
eerder onderzoek dat in 2008 is gedaan. Dat heeft een rapport opgeleverd van
ruim 100 pagina’s. Dat belooft wat, maar na lezing stelt het nogal teleur.
De Utrechtse wijken
De
algemene conclusie is dat er vergeleken met 2008 in de meeste steden
vooruitgang is geboekt. Bij de grote steden hebben Den Haag en Amsterdam
vorderingen gemaakt. Utrecht en Rotterdam blijven echter de zorgenkindjes. Het
rapport meldt dat in de Utrechtse wijken de bewonersorganisaties en de individuele
bewoners redelijk in staat zijn gesteld om mee te beslissen over de uitvoering
van de wijkactieplannen. Wat betreft een intensieve benadering via
verschillende kanalen en moeilijk bereikbare doelgroepen scoort Utrecht aanzienlijk
minder, en dat geldt ook voor de terugkoppeling naar bewoners. De rol van
bewoners bestaat er voornamelijk uit om als klankbord te reageren. Ofwel te
reageren op de plannen en daar advies over uit te brengen, waarbij het tamelijk
ongewis is in hoeverre de adviezen ook daadwerkelijk opgevolgd worden. Wel is
er ruimte voor bewonersinitiatieven, zoals het onderhouden van binnenterreinen
en pleinen,activiteiten en faciliteiten voor kinderen
en jongeren. Al met al krijgt de participatie in de Utrechtse wijken een laag
cijfer: Kanaleneiland een 5, Overvecht een 6 en
Zuilen/Ondiep een 5,5.
Mager
Nogal
mager dus. Zowel de cijfers als de wijze waarop het onderzoek is gedaan. Al te
veel conclusies vallen daar niet uit te trekken. Het onderzoek gebaseerd op
bestudering van de wijkactieplannen en telefonische gesprekken met een, aldus
de onderzoekers, goed geïnformeerde medewerker van de gemeente en bij een goed
geïnformeerd lid van een bewonersorganisatie in de wijk. Dat kan inderdaad niet
veel meer opleveren dan wat algemene teksten, waarbij het ook nog maar de vraag
is hoe het met de objectiviteit van de geïnterviewde gesteld is. Als bijvoorbeeld
in Overvecht tien actieve bewoners om hun mening wordt gevraagd kan dat nog wel
eens uiteenlopende verhalen opleveren.
Protocol ontbreekt
Wat wel
in het oog springt is dat in het rapport voor zowel Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen en Overvecht gemeld wordt dat
er nergens schriftelijke afspraken liggen die de basis vormen van de wijze
waarop de bewoners in het proces kunnen participeren. Terwijl in Utrecht
hiervoor een Stedelijk Protocol is opgesteld, waarin vrij duidelijk is
beschreven hoe en wanneer bewoners hun inbreng kunnen leveren en op welke wijze
ze betrokken worden bij de besluitvorming. En dat kan veel verder gaan dan als
klankbord fungeren. Dit Stedelijk Protocol is door de gemeente en corporaties
ondertekend. Het ziet er naar uit dat de geïnterviewde ambtenaren die bij de
projecten betrokken zijn hier niet van op de hoogte zijn.
[PH]
Reacties:
Plaats hier uw reactie: