NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Nummer 1
Nummer 2
Nummer 3
Nummer 4







 
Home > Vechtkrant > Jaargang 2010 > Nummer 1 > Conclusies met vraagtekens

Vechtkrant, 29 januari 2010

Onderzoek naar bewonersparticipatie in aandachtswijken

Conclusies met vraagtekens

In de grote steden zijn de mogelijkheden van bewoners om te participeren in de wijkaanpak beperkt. In kleinere steden hebben de gemeenten de participatie over het algemeen actiever bevorderd. Afspraken met bewoners zouden vaker en beter moeten worden vastgelegd. Bewoners zouden beter ondersteund moeten worden om hun bijdrage te leveren en de terugkoppeling over wat er met hun inbreng wordt gedaan zou beter kunnen.

Ziehier een aantal conclusies uit een onderzoek naar de bewonersparticipatie in de 40 door de voormalige minister van WWI aangewezen aandachtswijken, waaronder Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen oost en Overvecht. Het onderzoek is uitgevoerd door de universiteit van Tilburg in opdracht van het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken [LSA] en is een vervolg op een eerder onderzoek dat in 2008 is gedaan. Dat heeft een rapport opgeleverd van ruim 100 pagina’s. Dat belooft wat, maar na lezing stelt het nogal teleur.

 

De Utrechtse wijken

De algemene conclusie is dat er vergeleken met 2008 in de meeste steden vooruitgang is geboekt. Bij de grote steden hebben Den Haag en Amsterdam vorderingen gemaakt. Utrecht en Rotterdam blijven echter de zorgenkindjes. Het rapport meldt dat in de Utrechtse wijken de bewonersorganisaties en de individuele bewoners redelijk in staat zijn gesteld om mee te beslissen over de uitvoering van de wijkactieplannen. Wat betreft een intensieve benadering via verschillende kanalen en moeilijk bereikbare doelgroepen scoort Utrecht aanzienlijk minder, en dat geldt ook voor de terugkoppeling naar bewoners. De rol van bewoners bestaat er voornamelijk uit om als klankbord te reageren. Ofwel te reageren op de plannen en daar advies over uit te brengen, waarbij het tamelijk ongewis is in hoeverre de adviezen ook daadwerkelijk opgevolgd worden. Wel is er ruimte voor bewonersinitiatieven, zoals het onderhouden van binnenterreinen en pleinen,activiteiten en faciliteiten voor kinderen en jongeren. Al met al krijgt de participatie in de Utrechtse wijken een laag cijfer: Kanaleneiland een 5, Overvecht een 6 en Zuilen/Ondiep een 5,5.

 

Mager

Nogal mager dus. Zowel de cijfers als de wijze waarop het onderzoek is gedaan. Al te veel conclusies vallen daar niet uit te trekken. Het onderzoek gebaseerd op bestudering van de wijkactieplannen en telefonische gesprekken met een, aldus de onderzoekers, goed geïnformeerde medewerker van de gemeente en bij een goed geïnformeerd lid van een bewonersorganisatie in de wijk. Dat kan inderdaad niet veel meer opleveren dan wat algemene teksten, waarbij het ook nog maar de vraag is hoe het met de objectiviteit van de geïnterviewde gesteld is. Als bijvoorbeeld in Overvecht tien actieve bewoners om hun mening wordt gevraagd kan dat nog wel eens uiteenlopende verhalen opleveren.

 

Protocol ontbreekt

Wat wel in het oog springt is dat in het rapport voor zowel Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen en Overvecht gemeld wordt dat er nergens schriftelijke afspraken liggen die de basis vormen van de wijze waarop de bewoners in het proces kunnen participeren. Terwijl in Utrecht hiervoor een Stedelijk Protocol is opgesteld, waarin vrij duidelijk is beschreven hoe en wanneer bewoners hun inbreng kunnen leveren en op welke wijze ze betrokken worden bij de besluitvorming. En dat kan veel verder gaan dan als klankbord fungeren. Dit Stedelijk Protocol is door de gemeente en corporaties ondertekend. Het ziet er naar uit dat de geïnterviewde ambtenaren die bij de projecten betrokken zijn hier niet van op de hoogte zijn.

 

[PH]


Reacties:



Plaats hier uw reactie:


 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies