Het Regionaal HuurdersBeraad (RHB) wil de leegstand van woningen beperken. Het aantal weigeringen van aangeboden woningen door woningzoekenden kan omlaag door betere informatie en een langere reactietijd. Het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht (RWU) gaat met deze aanbevelingen aan de slag. De corporaties zijn al bezig om meer informatie over de woningen in de advertenties op te nemen.
Leegstand bij mutatie
Na een flinke aanloop vond eind september het gesprek plaats
tussen RHB en RWU over de mutatieprocedures van woningen. Namens het RWU is
Karin Verdooren aanwezig. Het RHB vindt dat leegstand
van woningen bij mutatie voorkomen moet worden: dit kost geld, maar bovendien
is er een gebrek aan woonruimte. Reden dus om de mutatieleegstand zo beperkt
mogelijk te houden. De ‘oplossing’ die corporaties hiervoor hebben gevonden,
namelijk het groepsgewijs aanbieden van woningen, vindt het RHB
klantonvriendelijk.
Het RHB denkt dat er met meer en betere informatie over de
aangeboden woningen en met een langere reactietijd, veel weigeringen voorkomen
kunnen worden. Het RWU meldt dat er al gewerkt wordt aan meer informatie: de
gezamenlijke corporaties werken aan informatie over de omgeving en de wijk.
Deze informatie komt op de website van Woningnet. De informatie over de
woningplattegronden, die het RHB bepleit, heeft slechts een enkele corporatie
in voorbereiding. Het RHB vraagt het RWU om deze informatie voor al het
vrijgekomen woningaanbod op de site te zetten.
Het RHB wil ook weten of de corporaties verder onderzoek
gedaan hebben naar de weigeringen. Dit blijkt niet het geval. Het RHB denkt dat
dit goede informatie zou kunnen bieden wanneer je het aantal weigeringen of niet-reageren wilt terugdringen. Het RHB doet het RWU de
suggestie om een campagne te starten waarbij woningzoekenden tips krijgen over
hoe ze zich moeten voorbereiden op het vinden van een woning. Ook dit zou het
aantal weigeringen kunnen terugdringen. Er is
kort nog gesproken over sancties
tegen huurders die ten onrechte een aangeboden woning weigeren. Maar voordat
dit eventueel zou plaatsvinden moeten we eerst meer
weten over de reden van weigering, moet er meer informatie over de aangeboden
woningen komen en moet wellicht ook de reactietermijn en het aantal in te
sturen
woonbonnen gewijzigd worden. Karin Verdooren zal de wensen van het RHB binnen het RWU
terugkoppelen.
Bezettingsnorm
Vlak voor de zomervakantie maakte het RHB een inventarisatie
van hoe de gemeenten met de bezettingsnorm omgaan. Per gemeente kunnen er afspraken
met de corporaties
gemaakt worden. Het gebruik van een bezettingsnorm bij woningtoewijzing is alleen
mogelijk wanneer hierover (concrete) afspraken gemaakt zijn. Dit leidde tot de
volgende opmerkelijke punten:
1. Er zijn vier gemeenten die geen regels hebben
vastgesteld: Bunnik, IJsselstein, Maarssen en Vianen.
Het is onduidelijk op grond waarvan dan toch een bezettingsnorm wordt gehanteerd.
2. De twee gemeenten waar de hoogste score zijn bij
woningadvertenties met een bezettingsnorm, behoren bij de vier die geen regels
hiervoor hebben vastgesteld: Maarssen en Vianen.
3. Een aantal van de gestelde regels zijn slecht te
controleren. Bijvoorbeeld die in Houten.
4. Het is onduidelijk of het de wens van de corporatie is of
van de gemeente of er regels zijn en door wie die worden opgesteld. Bijvoorbeeld:
In Maarssen is er slechts
één corporatie actief (Portaal). Deze corporatie geeft in
98% van de woningen een bezettingsnorm mee in Maarssen. De gemeente Maarssen geeft
aan dat er geen regels zijn opgesteld. Voor de Portaal-woningen
in Utrecht gebeurt dit niet of veel minder.
Deze inventarisatie heeft het RHB onder de aandacht gebracht
van het BRU. De werkgroep volkshuisvesting besprak de resultaten. Het gevolg is
dat iedere gemeente nu de gemaakte afspraken helder op papier gaat zetten,
zodat het BRU een compleet overzicht kan opstellen. Dit overzicht gaat met de inventarisatie
van het RHB naar de
vergadering van de gezamenlijke wethouders
‘wonen’. Op deze manier werkt het RHB eraan dat de woonruimteverdeling meer
transparant wordt voor de woningzoekenden.
Tekort aan bouwlokaties regio
Utrecht
Het tekort aan woningen begint bij het tekort aan
bouwlocaties. In de regio Utrecht is het tempo van bouwplannen bouwrijp te
maken, te laag. De afspraken die de regio met het Rijk heeft gemaakt, liggen
achter op schema. Er zijn wel plannen, maar een belangrijk deel haalt te
eindstreep niet.
Het Bestuur Regio Utrecht (BRU) heeft onderzocht wat de
redenen hiervoor zijn. De vertraging ontstaat om verschillende redenen: er is
te veel weerstand tegen de plannen, door de luchtkwaliteit is verder bouwen
niet mogelijk, of de gemeenten hebben moeite om goed te plannen en te
programmeren. Over de corporaties wordt gezegd dat ze voorrang geven aan
lucratieve projecten en de andere langer op de plan
laten liggen.
Het BRU heeft iedere afzonderlijke gemeente onder de loep
genomen en samen met de gemeenten een plan gemaakt om een aantal projecten
sneller dan gepland uit te voeren. Ook zijn er maatregelen getroffen om de
vertragingen te beperken. Maar veel vertragingen zijn niet echt door gemeenten
en BRU te voorkomen. Zo moet ook de provincie meewerken aan het bieden van
bouwlocaties.
Het Regionaal Huurders Beraad (RHB) stuurde kort geleden
daarom een brief aan het provinciebestuur om daar actie op te ondernemen.