Vechtkrant, 3 juli 2010
Dossier: Huurbeleid
Brede heroverweging Wonen
Huurders kunnen hun borst nat maken
Na een periode dat aanpak van hypotheekrenteaftrek en
huurliberalisatie door de politiek taboe verklaard
waren, is de discussie over de toekomst van de woningmarkt dit jaar volop
losgebarsten. Bij de verkiezingen was het een belangrijk thema. De noodzaak van
bezuinigingen bij het Rijk gaat zeker voor de huurders, maar waarschijnlijk ook
voor eigenaar-bewoners financiële gevolgen hebben.
Bij
het aantreden van het Kabinet Balkenende–Bos werd de
discussie over de hypotheekrenteaftrek van tafel geschoven. Daar stond
tegenover dat de plannen voor huurliberalisatie van voormalig minister Dekker
in de prullenmand verdwenen en de jaarlijkse huurverhoging beperkt werd tot de
inflatie.
Brede heroverweging
Na de financiële en
economische crisis werd duidelijk dat het Rijk drastisch moet gaan bezuinigen.
Twintig werkgroepen gingen aan de slag met mogelijke bezuinigingsvoorstellen.
Begin april werden de uitkomsten bekend. De ambtelijke Werkgroep Heroverweging
Wonen bracht begin april haar rapport uit. Daarin werden vijf voorstellen voor
de woningmarkt gepresenteerd. Hoewel de fiscale behandeling van de eigen woning
in deze voorstellen in meerdere of minder mate wordt aangepast, zijn vooral de
ideeën voor huurliberalisatie ingrijpend. De Werkgroep ziet de sociale huren
die woningcorporaties vragen als subsidie aan de huurders, behalve voor de
huurders met een laag inkomen. De huren zouden naar de vrije markthuur moeten
gaan, die zonder veel onderbouwing wordt gedefinieerd als 4,5% van de WOZ
waarde (waarde voor Onroerend Zaak belasting). De ambtenaren stellen slechts in
één variant voor om de huurtoeslag uit te breiden. Uiteraard leidt een
huurliberalisatie tot hogere huurinkomsten van woningcorporaties. Omdat de
slechte financiële positie van het Rijk uitgangspunt is, wordt voorgesteld deze
extra huurinkomsten af te romen door een belasting op het bezit van sociale
huurwoningen.
Commissie SER
In april komt ook nog een
rapport over herziening van de woningmarkt uit van de Commissie Sociaal-Economische Deskundigen (CSED) van de SER. De CSED
wil naar een gelijke behandeling van huurders en kopers door de overheid. De
hypotheekrenteaftrek zou in een periode van 30 jaar afgeschaft moeten worden.
Wel zou er een vrijstelling op de belasting van de waarde van de woning van
maximaal 200.000 euro moeten blijven. De CSED signaleert ook knelpunten in de
huursector: lange wachttijden voor sociale huurwoningen en onvoldoende
zekerheid dat de overmaat aan vermogen van woningcorporaties ook aan de
volkshuisvesting ten goede komt. Marktconforme huren zijn gewenst om de
woningmarkt beter te laten functioneren. De extra huurinkomsten die dit voor
corporaties oplevert, moeten in een apart fonds voor volkshuisvesting gestort
worden. Wel is de CSED van mening dat ook de aanpassing van de huren over een
lange periode gespreid moet worden.
In plaats van de
hypotheekrenteaftrek en de huurtoeslag zou er een woontoeslag moeten komen. De
nieuwe woontoeslag zou zowel voor huurders als voor eigenaar-bewoners
met een belastbaar inkomen tot €33.000 het wonen betaalbaar moeten houden.
Hoewel de voorstellen van de
SER-commissie ook tot een flinke verhoging van de
woonlasten voor huurders met een inkomen boven €33.000 zouden leiden, zijn deze
toch evenwichtiger te noemen dan de eenzijdige aanpak die de Ambtelijke
Werkgroep heeft geschetst.
Verkiezingen
Voor de verkiezingen hebben
de politieke partijen mede op basis van de voorstellen van de Werkgroep
Heroverweging Wonen verschillende standpunten ingenomen over het wonen. Alle
partijen, behalve de PVV en de SP, stellen verhoging van de huren voor, met name in de corporatiesector. Een argument is dat er te
veel ‘scheefwoners’ zijn, dat zijn huurders met een
hoog inkomen die in woningen met een lage huur wonen. VVD, PVV en CDA lieten de
hypotheekrenteaftrek echter onaangetast. De bedragen die het Rijk misloopt
vanwege de hypotheekrenteaftrek zijn echter groot en kunnen bij ongewijzigd
beleid in de toekomst nog veel verder oplopen. Bovendien zal huurliberalisatie
tot grote weerstanden bij de bevolking leiden, zeker wanneer er niet ook iets
aan de fiscale bevoordeling van het eigen woningbezit wordt gedaan. De kans is
daarom groot dat er een kabinet komt dat zowel op het gebied van huren als van
eigen woningen wijzigingen gaat doorvoeren.
Tot slot
Het gaan dus spannende
tijden worden voor huurders en eigenaar-bewoners. De Woonbond heeft in een poging om erger te voorkomen dit voorjaar
al aangegeven dat zij een huurverhoging van 1% boven de inflatie aanvaardbaar
acht. Het is zeer de vraag of het daartoe beperkt zal worden. Op het
‘Huurdebat’ met landelijke politici dat de Woonbond op 4 juni organiseerde
bleek overigens dat veel politici het percentage ‘scheefwoners’
enorm overschatten. De Vechtkrant houdt u op de hoogte.
(JV)