De Utrechtse corporaties willen woningen meer groepsgewijs gaan aanbieden, in reactie op het grote aantal weigeringen van woningen door woningzoekenden. Er blijkt weinig bekend te zijn over de redenen waarom woningzoekende een woning weigeren waar ze eerst op gereageerd hebben. Corporaties zouden meer moeite moeten doen om deze redenen boven water te halen, vindt het Regionaal Huurdersberaad.
In de vorige nieuwsbrief las u al over het gesprek dat het RHB
met een vertegenwoordiger van de corporaties had over de leegstand bij mutatie.
Deze wordt grotendeels veroorzaakt door de vele weigeringen van woningzoekenden
om de woning te accepteren. Het antwoord dat corporaties hierop bedachten is
het groepsgewijs aanbieden van de woningen. In dat gesprek werd duidelijk dat
de corporaties in de regio niet weten hoe de weigeringscategorieën tot stand
komen en dat ze nog geen moeite hebben gedaan om dieper op de achterliggende
redenen in te gaan.
In de kwartaalrapportages van Woningnet staan een zestal
algemene redenen geformuleerd voor het weigeren. Het RHB liet het er niet bij
zitten en ging op onderzoek uit.
Zo heeft het RHB contact opgenomen met Woningnet om te horen
hoe die categorieën van weigeringen tot stand komen. Er blijken nu geen zes
maar 25 categorieën te zijn die door de verhuurmedewerkers van de corporaties zelf
aangekruist worden. Woningnet groepeert deze categorieën tot zes globale
categorieën. Er is dus feitelijk meer bekend over de weigeringsgronden. Deze
informatie is belangrijk wanneer we via meer voorlichting willen bereiken dat
het aantal weigeringen afneemt.
Zorgelijk is de grootste categorie: ‘onbekend; heeft niet gereageerd’.
Dit probleem schijnt niet uniek te zijn voor de regio
Utrecht. Zo wist Woningnet te vertellen dat in de Amsterdamse regio het
probleem nog groter is: meer weigeringen en een nog hoger percentage ‘onbekend,
heeft niet gereageerd’. Voor de Amsterdamse corporaties was dit reden om een
nader onderzoek te laten doen naar de achtergronden van de weigeraars, met name
van degenen die niet reageerden op het aanbod. Op verzoek van het RHB is het
onderzoeksrapport van de Amsterdamse corporaties aan het RHB toegestuurd.
Dit rapport bevat zeer interessante conclusies.
Bijvoorbeeld:
·
Door het groepsgewijs aanbieden van de woningen,
neemt het aantal weigeringen toe. Deze werkwijze levert frustratie op bij woningzoekenden.
Ze worden in een keurslijf gezet wat betreft het tijdstip voor het bezichtigen
van de woning. Telkens hiervoor vrij nemen terwijl je waarschijnlijk of niet in
aanmerking komt voor de woning, is niet stimulerend.
·
Woningzoekenden willen meer informatie bij de
advertentie. Dit geldt vooral voor de indeling en woningplattegrond, de staat
van het onderhoud van de woning en de woonomgeving. Wanneer dit bekend was
geweest, zou niet gereageerd zijn op de woning. De weigering had dus voorkomen
kunnen worden.
·
De medewerkers van de corporaties vullen de
weigeringscodes onnauwkeurig of verschillend in. Hierdoor ontstaat een verkeerd
beeld van de weigeringsgronden.
Deze en meer resultaten van het onderzoek, leiden tot een
aantal aanbevelingen voor de corporaties. Deze zouden ook goed gebruikt kunnen
worden in de Utrechtse situatie.
Het RHB heeft daarom het vaste voornemen dit onderwerp op
een wat meer nadrukkelijke manier met de gezamenlijke corporaties op de agenda
te zetten. Wat het RHB betreft mag het BRU zich ook aansluiten bij deze
discussie omdat een verbeterde aanbiedingsprocedure ook meer service biedt aan
de burgers uit de BRU-gemeenten. We hopen dat deze partijen zich door
bovenstaande informatie uitgedaagd voelen om met het RHB tot verbeterde
verhuurmethoden te komen.