Vechtkrant, 31 december 2005
Nieuwe taken voor corporaties
Hoever kan je gaan met geld van de huurders
De mate van tevredenheid over de woonsituatie wordt meer
door de kwaliteit van de buurt bepaald dan door de kwaliteit van de woning.
Voor corporaties die hun klanten optimaal willen bedienen ligt het dus voor de hand
dat zij zich zoveel mogelijk inspannen om een woonomgeving te realiseren die
schoon en veilig is en waar het voorzieningenniveau op peil is. Maar hoever kan
en moet een corporatie daarin gaan, en wie gaat dat betalen?
Over deze vraag wordt al
geruime tijd gediscussieerd. Nog niet zo lang geleden schetste Mitros in een brochure hoe deze corporatie er in 2015 uit
zou kunnen zien. Dit toekomstvisioen laat een corporatie zien die in de wijken
een combinatie van wonen, zorg en welzijn aanbiedt. Zij wordt - naast het
gewone beheer van woningen - de eigenaar van gebouwen met allerhande
maatschappelijke, culturele en recreatieve functies. Mitros
zou in de toekomst kunnen zorgen voor bijvoorbeeld dienstencentra, centra voor
dagactiviteiten, welzijnsdiensten, gezondheidszorg en wat dies meer zij. Ook
zou een economische impuls aan de wijk kunnen worden gegeven door het creëren
van ruimtes voor startende kleine bedrijven en maatschappen. Kortom een
corporatie die zich verantwoordelijk voelt voor de wijk in al haar facetten.
Tot nu toe is het allemaal toekomstmuziek. Dus huurders die last van hun rug hebben kunnen vooralsnog niet bij
Mitros terecht, maar moeten zelf op zoek naar een
dokter. Toch zijn er wel signalen dat het langzaam deze kant op gaat.
Bij Portaal Utrecht zijn geluiden te horen dat men zich meer wil gaan richten
op de buurt als geheel en niet alleen maar op de woningen.
Prestatieafspraken uitbreiden
In Groningen wil een
woningcorporatie een grotere vinger in de pap hebben bij de vernieuwing van
wijken. Zij wil niet alleen praten over woningen, straten en groen, maar ook
over onderwijs, sport en welzijn. Hierover wil ze afspraken maken met de
gemeente in een zogeheten 'Lokaal Akkoord'. Dus zeg maar een zeer uitgebreide
interpretatie van wat wij in Utrecht kennen als de Prestatieafspraken. Volgens
deze corporatie is het niet meer vanzelfsprekend dat de corporatie voor de
huizen zorgt en de gemeente voor de rest van de voorzieningen. Als corporaties
echt willen slagen met de wijkvernieuwing dan zullen ze ook een bijdrage moeten
leveren aan de voorzieningen in die wijk. Dat gaat hen wel geld kosten, maar
daar tegenover staat dat ze meer zeggenschap krijgen en een vlottere
medewerking van de gemeente. Aldus deze Groningse corporatie.
Prettig wonen
Het klinkt allemaal heel
aantrekkelijk, ook voor de huurders natuurlijk. Als je bijvoorbeeld last hebt
van hangjongeren voor je raam dan hoef je niet oeverloos met de politie te
bellen, maar schakelt de corporatie gewoon een bewakingsdienst in als het de
spuigaten uit gaat lopen. En ook is het heel aantrekkelijk dat er voor de
verschillende voorzieningen één aanspreekbare instantie is. Waar je zowel
terecht kunt voor onderhoudsklachten van de woning als voor de huur van een rollator.
Natuurlijk hebben corporaties een maatschappelijke opgave te vervullen. In het
Besluit Beheer Sociale Huursector is leefbaarheid niet voor niets opgenomen als
taakveld voor de corporatie. Dit betekent dat de corporatie er voor zorgt dat
de kwaliteit van de woningen de leefbaarheid bevordert. Dit geldt eveneens voor
de kwaliteit van de woonomgeving. Zodat er sprake is van een veilige
buitenruimte en dat bijvoorbeeld de achterommen afsluitbaar zijn en goed
verlicht. En dat de bij een complex behorende groenvoorzieningen goed worden
onderhouden. Daar betaalt een huurder per slot van rekening voor.
Wie gaat dat betalen?
Maar zoals bij de meeste
medailles zit er ook aan deze een keerzijde. Bij alles waarin de corporatie
verder gaat dan zijn verantwoordelijkheid voor zijn woningen en directe
omgeving zijn vraagtekens te stellen. Het publiek domein is een
verantwoordelijkheid voor de overheid. En dat geldt ook voor het
voorzieningenniveau, zoals de aanwezigheid van winkels, zorgcentra,
buurthuizen, sportvelden, politie of bijvoorbeeld de aanwezigheid van openbaar
vervoer. Dit soort algemene zaken worden bekostigd uit de algemene middelen.
Daar betalen de burgers belasting voor aan het Rijk en de gemeente, die het
vervolgens via democratische besluitvorming investeren op die plekken waar dat
het meeste nodig is.
Doelgroep
Als corporaties een deel van
deze taken gaan overnemen, dan betekent dit, zij het langs een omweg, dat
huurders het voorzieningenniveau in hun wijk zelf moeten gaan bekostigen. Het
vermogen van de corporaties wordt, sinds de subsidies
goeddeels zijn afgeschaft, immers door de huurders opgebracht. De doelgroep van
de corporaties zijn de mensen met de lagere inkomsten die moeilijk in hun eigen
woonruimte kunnen voorzien. Anders gezegd: het zijn de lage inkomens die hun
eigen voorzieningen moeten gaan financieren, die anders uit gemeenschapsgeld
betaald zouden worden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dat wil niet zeggen
dat het hele idee maar overboord gezet moet worden, daarvoor kent het teveel
aantrekkelijke kanten. Maar dan moet er goed nagedacht worden over de
financiering van dit soort activiteiten door corporaties. Een complicatie
daarbij is dat dit waarschijnlijk gaat betekenen dat er weer directe financiële
banden tussen overheid en corporaties gaan komen. En daar wilde iedereen de
afgelopen jaren graag zo snel mogelijk vanaf. Misschien is deze materie wel een
reden om nog eens te overwegen of dat wel zo'n goed
plan is geweest.