Hoe is er omgegaan met de bewonersparticipatie bij het maken van de wijkactieplannen in de 40 Vogelaarwijken? Op deze vraag heeft de Universiteit van Tilburg geprobeerd een antwoord te vinden. Het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) gaf de opdracht voor dit onderzoek.
De
resultaten zijn niet echt om over naar huis te schrijven. In ruim een derde van
de wijken zijn bewoners maar zeer beperkt betrokken geweest bij het maken van
het wijkactieplan. In iets minder dan 30% van de wijken verliep de participatie
alleen via de al bestaande overleggen met de bewoners.
Slechts in ongeveer een derde van de wijken is de participatie veel breder
aangepakt. In de grote steden waren de mogelijkheden voor bewoners om te
participeren beperkt, in de kleinere steden is de participatie het meest actief
bevorderd.
Het
rapport concludeert dat in de meeste gevallen de bewoners wel de mogelijkheid
hebben gekregen om mee te praten, maar dat de reikwijdte en de diepgang daarvan
vaak beperkt was. De mensen konden veelal wel aangeven welke problemen er in
hun wijk speelden, maar vaak werd geen mogelijkheid geboden om zelf oplossingen
aan te dragen. De inventarisatie en de keuze van de oplossingen bleef
voornamelijk het domein van de professionals.
Netten
De
participatie wordt vergeleken met de visvangst. Om zoveel mogelijk mensen te
bereiken werden ‘brede netten’ uitgegooid, ofwel, de uitnodiging om te
participeren werd onder een groot aantal betrokkenen verspreid. Maar er werd
met weinig verschillende netten naar de mening van bewoners gevist, zodat moeilijk
bereikbare groepen minder aan bod zijn gekomen.
De
terugkoppeling was ook niet best. Mensen konden dus wel hun mening geven, maar
werden vervolgens niet op de hoogte gehouden van wat daar mee werd gedaan.
Utrecht
Ook
Utrecht is in het onderzoek aan bod gekomen. In Kanaleneiland
zijn eerst de professionals gevraagd wat zij de plussen en minnen van de wijk
vonden en wat zij vonden dat veranderd moest worden. Op een bijeenkomst met
bewoners zijn dezelfde vragen voorgelegd. Uit dit alles zijn de hoofdlijnen
gedestilleerd die vervolgens door de professionals en bewoners gezamenlijk zijn
besproken. Dit vormde de basis voor het wijkactieplan. Een klankbordgroep van
bewoners heeft vervolgens verder gekeken naar de inhoud en de wijze waarop
bewoners verder betrokken konden worden bij de uitvoering van het plan. Geconstateerd
is echter dat aan de terugkoppeling verder weinig aandacht is besteed.
In Ondiep
en Zuilen Oost zijn er meerdere bijeenkomsten met bewoners georganiseerd en kon
er ook over voorstellen gestemd worden.
In
Overvecht heeft, volgens het rapport, geen uitgebreide bewonersparticipatie
plaatsgevonden. Daarbij viel op dat de omschrijvingen van het participatietraject
door de bewonersorganisaties en de gemeente op nogal veel punten uiteen liepen.
Conclusies
Na het
lezen van het onderzoek dringt zich de vraag op hoeveel waarde je er nu aan
moet hechten. De informatie is verkregen door middel van het afnemen van een
telefonische vragenlijst bij de gemeenten en de bewonersorganisaties in de
wijken. Om aan de uitkomsten daarvan al te zware conclusies te verbinden is een
hachelijke zaak, omdat ze gemakkelijk gekleurd kunnen worden door de
individuele beleving van de geïnterviewde. Als je echt wilt weten hoe het er in
een bepaalde wijk wat betreft de participatie aan toe is gegaan, zal je er
waarschijnlijk toch dieper in moeten duiken.
[PH]
Reacties:
Plaats hier uw reactie: