Vechtkrant, 28 januari 2007
Dossier: Bewonersorganisaties
Conferentie over bewonersorganisaties
Wel of niet van deze tijd?
Op 13 december vond in Utrecht een conferentie plaats
onder het motto: zijn bewonersorganisaties nog van deze tijd? Gezien de grote
opkomst leek die vraag bevestigend te kunnen worden beantwoord. Wel werd
duidelijk dat de bewonersparticipatie in ontwikkeling is, en dat het beslist
niet alleen huurdersorganisaties zijn.
Voorafgaand aan een
presentatie van Karien Dekker van de Universiteit
Utrecht vroeg gespreksleider Erik Vermathen de
aanwezigen naar de manier waarop bewonersorganisaties zich zouden moeten organiseren.
Duidelijk werd dat dit in Utrecht op heel verschillende wijzen gebeurt. Het
lijkt erop dat steeds meer bewonersorganisaties een minder formele structuur
zoeken. Dus niet veel vergaderen, je concentreren op bepaalde thema's en zoveel
mogelijk communiceren via de e-mail. En vooral ook een eigen website om
bewoners om reacties en meningen te vragen. Gesteld werd zelfs dat de oude
structuur met een voorzitter, secretaris en penningmeester de mensen eerder
afschrikt dan motiveert.
Maar ook kon geconstateerd worden dat het per wijk verschilt
welke organisatievorm het best voldoet. In wijken met veel koopwoningen en
mensen met een hoog opleidingsniveau is het veel eenvoudiger om een losse
organisatiestructuur te hebben en veel via het internet te regelen. In wijken
als bijvoorbeeld Overvecht functioneert zoiets vaak minder goed en is het juist
van belang om een eigen accommodatie te hebben zodat mensen weten waar ze met
hun vragen naar toe kunnen. Dit is zeker van belang als er veel verschillende nationaliteiten
wonen. In dat geval is persoonlijk contact erg belangrijk en
blijft het 'langs de deuren gaan' een effectieve methode om de mensen erbij te
betrekken. Kortom, de huidige bewonersparticipatie heeft vele gezichten.
Het spanningsveld
Na deze inventarisatie gaf Karien Dekker een uitgebreide presentatie over haar
onderzoek naar bewonersparticipatie. Daarbij kwamen opvallende zaken aan het
licht. De 'georganiseerde bewoner' is vaak wat ouder en blank, woont in een
koophuis, is redelijk opgeleid en heeft een sterke buurtgehechtheid. Hij of zij
streeft ernaar zijn achterban te kunnen vertegenwoordigen, zelf actie te kunnen
ondernemen en wil graag concrete resultaten behalen binnen een korte termijn.
Bij de activiteiten die georganiseerde bewoners ondernemen, krijgen ze te maken
met professionals, zoals ambtenaren en medewerkers van corporaties. Hier treedt
een dilemma op dat frictie kan geven. De 'professional' heeft vaak andere
doelen dan de bewoner. Hij denkt veel meer in lange termijn processen, is
bijvoorbeeld gericht op het realiseren van een
meerjaren ontwikkelingsplan. Maar zo'n professional
heeft wel bewonersorganisaties nodig om zijn doelen te bereiken. En daar ligt
het spanningsveld: de bewonersorganisatie die zijn korte termijn resultaat wil
boeken en de professional die zijn beleidsdoelen wil halen. Het gevolg is vaak
dat bewonersorganisaties te laat bij een ontwikkeling worden betrokken en er
weinig tijd is voor afwijkende meningen. In dat soort situaties wordt al snel
gesteld dat bewonersorganisaties onvoldoende representatief zijn omdat het niet
in de beleidskraam te pas komt. In dit spanningsveld moeten de
bewonersorganisaties en professionals dus zodanig manoeuvreren dat zij beiden
toch hun resultaten behalen. Want ze hebben elkaar wel nodig. Soms gaat dat
goed en soms leidt het tot conflicten.
Oud en nieuw
Los van deze problematiek
blijken er in Utrecht erg veel bewonersorganisaties te bestaan die zich
inzetten voor wijk of buurt. Hun aantal benadert de duizend. En dan hebben we
het over een zeer gevarieerd beeld van organisaties. Het blijkt in ieder geval
goed te zijn voor de sociale cohesie en vergroot de betrokkenheid van bewoners.
Ook is er vaak veel relevante kennis aanwezig en zijn ze meestal een beter
aanspreekpunt dan individuele bewoners.
Na de presentatie van Karien Dekker kwam er een
discussie los over welke instrumenten een bewonersorganisatie het beste in kon
zetten om zijn doelen te bereiken. Geconstateerd kon worden dat een combinatie
van 'oude' en 'nieuwe' methoden vaak het beste werkt. Via de e-mail is
informatie goed over te brengen, maar het voordeel van een bewonerscommissie
die regelmatig vergadert is bijvoorbeeld dat er een broedplaats van ideeën kan
ontstaan.
Het betrekken van jongeren bij de bewonersparticipatie was ook punt van
discussie. Uit ervaring bleek dat die wel degelijk actief willen worden, maar
over het algemeen weinig trek hebben in eindeloze vergaderingen. Zij kunnen het
best benaderd worden op concrete thema's en middels
losse samenwerkingsmodellen. In dit kader bleek er ook een knelpunt te bestaan
wat betreft de Utrechtse subsidieverordening voor bewonersparticipatie. Die
gaat uit van tamelijk formeel georganiseerde bewonersorganisaties en is niet
echt toegesneden op dit soort nieuwe samenwerkingsverbanden.
Tips
Voordat overgegaan werd tot
de borrel en de nootjes werden er nog een aantal tips aangedragen, zoals:
- Minder vergaderen, meer digitaal
- Stel concrete, realiseerbare doelen en
concentreer je op één belangrijk thema
- Houd contact met andere belangengroepen in de
wijk
- Bied nieuwe bewoners een aardigheidje aan om ze
er op een ludieke wijze bij te betrekken
- Vraag ook de corporatie in de buurt om te
helpen, bijvoorbeeld bij het doen van onderzoek of het realiseren van een
vergaderruimte
- Organiseer gezamenlijke activiteiten en laat
veel van je horen.
De conclusie van de avond
was in ieder geval dat bewonersorganisaties nog steeds van deze tijd zijn als
het gaat om het behartigen van gezamenlijke belangen, maar dat opengestaan moet
worden voor de huidige nieuwe vormen van communicatie.