NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Nummer 1
Nummer 2
Nummer 3
Nummer 4
Nummer 5
Nummer 6
Nummer 7
Nummer 8







 
Home > Vechtkrant > 2010 > Nummer 2 > Voor elk wat wils

Vechtkrant, 13 maart 2010

100 jaar sociale woningbouw Utrecht

Voor elk wat wils

Dit jaar stond de Utrechtse Woondag in het teken van de geschiedenis van de sociale woningbouw. De woningwet maakte een eind aan de slechte woonomstandigheden. Woningbouwverenigingen werden opgericht en de stad maakte een enorme groei door.

Op 10 februari organiseerde de gemeente Utrecht samen met het Bouwfonds Ontwikkeling en de Stichting Utrechtse Woningcorporaties de Woondag 2010.  

Wethouder Harrie Bosch maakte bekend dat er in Utrecht 3.500 nieuwe woningen zijn gebouwd. Hiervan staan er 1.600 in Leidsche Rijn en 1.900 in de bestaande stad. “Volgend jaar zal de crisis meer zichtbaar worden in de woningmarktcijfers, maar Utrecht zal altijd een aantrekkelijke stad blijven,” aldus wethouder Bosch. De verwachting is dat in 2010 de woningproductie uitkomt op ongeveer 1.500 woningen.  

 

Tijdens de Woondag stond ook een lezing over de geschiedenis van de sociale woningbouw op het programma. Bettina van Santen, adviseur architectuurhistorie leidde de deelnemers rond langs 100 jaar sociale woningbouw in Utrecht. Honderd jaar woningwet heeft een rijke schakering aan woningbouwcomplexen in Utrecht opgeleverd. Soms ging het daarbij om kleine complexen, maar soms ook om grote nieuwbouwwijken zoals grote delen van Kanaleneiland en Overvecht. Een samenvatting.

 

Goede volkshuisvesting

Met de woningwet uit 1901 werd in Nederland voor het eerst een wettelijk kader geschapen voor het stimuleren van goede volkshuisvesting. Acht jaar later leverde Jaffa de eerste 60 woningwetwoningen op in Lombok. 

 

De komst van grote bedrijven, met name aan de westkant van de stad, maakte grotere woningbouwprogramma’s hard nodig. De druk op de gemeente nam toe om zelf een actieve rol te gaan spelen in de volkshuisvesting. De opzet van Zuilen en in Ondiep werden ontleend aan het uit Engeland overgewaaide tuinstadconcept: een relatief open verkaveling, veel aandacht voor groen en bebouwing met een dorpse uitstraling.

De bevolkingstoename in de jaren 1915 – 1920 was zo groot dat er nog steeds gebrek bleef aan woningen voor de laagstbetaalden, maar daarbij kwam nu ook de groeiende middenklasse. Ambtenaren, onderwijzers en spoorwegbeambten richtten verenigingen op.

 

Na de grenswijziging van 1954 kon Utrecht met daadkracht aan grote nieuwe wijken gaan werken. 

Rond 1970 waren de grote nieuwbouwwijken af en verplaatste de aandacht zich naar de vooroorlogse wijken en de binnenstad ,waar ernstige verpaupering dreigde. De tijden waren veranderd: autoriteit was niet meer vanzelfsprekend, de actiegroepen, het opbouw- en buurtwerk beleefden gouden tijden. Uiteindelijk zou grootschalige sloop omgezet worden in op maat gesneden buurtverbetering. Er waren nieuwe groepen op de woningmarkt gekomen: de een- en tweepersoonshuishouden, studenten, jongeren en allochtonen. Nieuwe woningen dienden samen met de toekomstige bewoners ontwikkeld te worden. Zo werd de grote nieuwbouwwijk Lunetten opgetuigd met een omvangrijke inspraakorganisatie.

 

In de jaren negentig ontstond de mogelijkheid om te gaan bouwen in de grootste uitbreidingslocatie van Nederland: Leidsche Rijn. Corporaties werkten hier meer en meer samen met particuliere bouwers. Menging van koop- en huur, toevoegen van maatschappelijk relevante functies en aandacht voor duurzaamheid leverden een aantal bijzondere complexen op.

 

En de stad breidt zich nog steeds verder uit.

 

[KB]


Reacties:



Plaats hier uw reactie:


 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies