Dit jaar stond de Utrechtse Woondag in het teken van de geschiedenis van de sociale woningbouw. De woningwet maakte een eind aan de slechte woonomstandigheden. Woningbouwverenigingen werden opgericht en de stad maakte een enorme groei door.
Op
10 februari organiseerde de gemeente Utrecht samen met het Bouwfonds
Ontwikkeling en de Stichting Utrechtse Woningcorporaties de Woondag 2010.
Wethouder Harrie Bosch maakte bekend dat er in Utrecht 3.500
nieuwe woningen zijn gebouwd. Hiervan staan er 1.600 in Leidsche Rijn en 1.900 in de bestaande stad. “Volgend jaar zal
de crisis meer zichtbaar worden in de woningmarktcijfers, maar Utrecht zal
altijd een aantrekkelijke stad blijven,” aldus wethouder Bosch. De verwachting
is dat in 2010 de woningproductie uitkomt op ongeveer 1.500 woningen.
Tijdens de Woondag stond ook een lezing over de geschiedenis
van de sociale woningbouw op het programma. Bettina
van Santen, adviseur architectuurhistorie leidde de deelnemers rond langs 100
jaar sociale woningbouw in Utrecht. Honderd jaar woningwet heeft een rijke
schakering aan woningbouwcomplexen in Utrecht opgeleverd. Soms ging het daarbij
om kleine complexen, maar soms ook om grote nieuwbouwwijken zoals grote delen
van Kanaleneiland en Overvecht. Een samenvatting.
Goede volkshuisvesting
Met de woningwet uit 1901 werd in Nederland voor het eerst
een wettelijk kader geschapen voor het stimuleren van goede volkshuisvesting.
Acht jaar later leverde Jaffa de eerste 60
woningwetwoningen op in Lombok.
De komst van grote bedrijven, met name
aan de westkant van de stad, maakte grotere woningbouwprogramma’s hard nodig.
De druk op de gemeente nam toe om zelf een actieve rol te gaan spelen in de
volkshuisvesting. De opzet van Zuilen en in Ondiep werden ontleend aan het uit
Engeland overgewaaide tuinstadconcept: een relatief open verkaveling, veel
aandacht voor groen en bebouwing met een dorpse uitstraling.
De bevolkingstoename in de jaren 1915 – 1920 was zo groot dat
er nog steeds gebrek bleef aan woningen voor de laagstbetaalden, maar daarbij
kwam nu ook de groeiende middenklasse. Ambtenaren, onderwijzers en
spoorwegbeambten richtten verenigingen op.
Na de grenswijziging van 1954 kon Utrecht met daadkracht aan
grote nieuwe wijken gaan werken.
Rond 1970 waren de grote nieuwbouwwijken af en verplaatste
de aandacht zich naar de vooroorlogse wijken en de binnenstad
,waar ernstige verpaupering dreigde. De tijden waren veranderd:
autoriteit was niet meer vanzelfsprekend, de actiegroepen, het opbouw- en
buurtwerk beleefden gouden tijden. Uiteindelijk zou grootschalige sloop omgezet
worden in op maat gesneden buurtverbetering. Er waren nieuwe groepen op de
woningmarkt gekomen: de een- en
tweepersoonshuishouden, studenten, jongeren en allochtonen. Nieuwe woningen
dienden samen met de toekomstige bewoners ontwikkeld te worden. Zo werd de
grote nieuwbouwwijk Lunetten opgetuigd met een omvangrijke inspraakorganisatie.
In de jaren negentig ontstond de mogelijkheid om te gaan
bouwen in de grootste uitbreidingslocatie van Nederland: Leidsche
Rijn. Corporaties werkten hier meer en meer samen met particuliere bouwers.
Menging van koop- en huur, toevoegen van maatschappelijk relevante functies en
aandacht voor duurzaamheid leverden een aantal bijzondere complexen op.
En de stad breidt zich nog steeds verder uit.
[KB]
Reacties:
Plaats hier uw reactie: