Vechtkrant, 4 april 2007
Nieuwe participatievormen in gemengde complexen
Belangen van kopers en huurders botsen soms
Corporaties krijgen steeds meer gemengde complexen waarin
zowel huurders als kopers wonen. In deze complexen is de besluitvorming
ingewikkeld: er is een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een huurdersorganisatie die moeten samenwerken. Inmiddels zijn
er initiatieven om tot een betere balans van belangen en een eenvoudiger
besluitvorming in gemengde complexen te komen. Judith de Jong is vanuit de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) bij een aantal
experimenten betrokken.
De laatste jaren zit er een
flinke groei in het aantal gemengde complexen. De toename is het gevolg van
verkoop van huurwoningen, het bouwen van gemengde complexen en soms ook door
aankoop van appartementen door corporaties. Allerlei varianten –klein en groot,
oud en nieuw en duur en goedkoop- komen voor.
Om welke aantallen het in
Utrecht gaat is niet precies bekend. Maar ook hier zijn de laatste jaren veel
woningen in bestaande complexen verkocht en zijn er gemengde complexen gebouwd.
Zo heeft Mitros in Leidsche
Rijn in Parkwijk een complex eengezinswoningen gebouwd
waarvan de tussenwoningen worden verhuurd en de kopwoningen met korting zijn
verkocht via maatschappelijk gebonden eigendom.
Doelen en belangen
Met gemengde complexen
streven corporaties verschillende lovenswaardige doelen na zoals het bevorderen
van het eigen woningbezit, het realiseren van wijken met een gemengde
samenstelling en het bevorderen van de gebondenheid aan de buurt. Men verwacht
dat dit een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid.
Maar de combinatie van
huurders en eigenaren in één complex, blijkt in de praktijk redelijk
ingewikkeld. Niet alleen de besluitvorming is bewerkelijk, ook de belangen van
huurders en kopers kunnen nogal uiteen lopen. De corporatie zit daar tussenin,
maar neemt in de praktijk verschillende posities in. In sommige situaties stemt
de corporatie mee met de
Vereniging van Eigenaren (VvE), in een ander geval treedt de
corporatie in de VvE op als vertegenwoordiger van huurders. Het is ook een
lastige positie omdat corporaties met verschillende petten aan tafel zitten:
zij zijn zowel verhuurder als vastgoedeigenaar en soms ook nog beheerder. Het
verenigen van al deze rollen is bijkans onmogelijk; daarvoor lopen de belangen
te veel uiteen.
Moeizame communicatie
Judith de Jong: “Het blijkt
dat huurders en kopers in gemengde complexen vaak uit elkaar groeien. Huurders
voelen zich soms tweederangs bewoners die geen stem hebben in besluiten die ook
hen aangaan. Aan de andere kant zie je ook dat kopers er een andere mentaliteit
op na houden, bijvoorbeeld ten aanzien van groot onderhoud, dan toen zij nog
huurder waren. Zij staan dan opeens afwijzend tegenover investeringen in
onderhoud waar ze daarvoor –in de positie van huurder- sterk voor waren.
Daardoor lopen de spanningen tussen huurders en kopers soms hoog op.”
Onderzoek
Uit een onderzoek van het
Steunpunt Wonen in Rotterdam onder bewoners van gemengde complexen blijkt dat
de communicatie tussen huurders en kopers veelal te wensen over laat. Een
belangrijke oorzaak is onduidelijkheid over de verdeling van taken en
verantwoordelijkheden. Het Rotterdamse onderzoek noemt talloze voorbeelden van
kleine irritaties en conflicten. Illustratief is een voorbeeld waarbij een
huismeester een door de verhuurder betaald bordje ‘verboden te roken’ in de
lift ophing en zich vervolgens geconfronteerd zag met een claim van de VvE
wegens beschadiging van de liftwand.
In de praktijk proberen
corporaties het contact tussen huurders en kopers te verbeteren, waarbij men
zich richt op het verbeteren van de leefbaarheid in het complex. Corporaties
realiseren zich dat juist misverstanden tussen huurders en kopers een
bedreiging vormen voor de leefbaarheid in het complex.
Experimenten
Judith de Jong vertelt dat er
bij de SEV een aantal experimenten zijn gestart om de verhoudingen tussen
kopers en huurders meer in evenwicht te brengen en de besluitvorming te stroomlijnen.
In principe zijn er twee modellen ontwikkeld: advies commissies en overdracht
van zeggenschap.
Het model van de
adviescommissie komt erop neer dat er een commissie wordt gevormd van huurders
en eigenaren die aan de VvE een advies kan uitbrengen over het technische en
financiële beheer.
Het andere model gaat een
stuk verder. Hierbij draagt de corporatie zeggenschap over
aan de huurders en zegt zij: ga namens ons in de vereniging van
eigenaren zitten. Dit laatste model staat nog in de kinderschoenen en
ontmoet vooralsnog de nodige reserves. Als men er al voor
open staat dan worden bijvoorbeeld voorbehouden gemaakt over het aantal
onderwerpen waarover zeggenschap overdragen wordt, of wil men wel duidelijkheid
hoe te handelen bij mogelijke belangentegenstellingen. Immers in de
situatie dat een corporatie een conflict heeft met huurders, zou het wel eens
erg spannend kunnen worden. De angst leeft ook dat huurders wel eens anders
zouden kunnen stemmen in de VvE dan de corporatie dat zou hebben gedaan om dat
het niet hun eigen geld is. Daar moet je van tevoren goed over nadenken.
Ook zijn er nog weinig
huurders die belangstelling hebben om namens de verhuurder in de VvE te gaan
zitten. Over de ervaringen met deze modellen is nog weinig te vertellen, zeker
wat betreft het tweede model. De Jong: “Een VvE komt hooguit een paar keer per
jaar bij elkaar en dat maakt dat er weinig voortgang in zit. Veel nieuws valt
er dan niet te melden.”
Bewonersparticipatie
Een VvE is eigenlijk geen
goed orgaan voor bewonersparticipatie, volgens De Jong. Een VvE is toch vooral
een formeel orgaan dat gaat over het technische en financiële beheer. Zaken
waar bewonerscommissies zich vaak mee bezighouden, zoals het schoonhouden van
portieken en de leefbaarheid in het complex, zijn geen zaken die via de VvE
aangekaart hoeven te worden. Dit vertraagt alleen maar, omdat de verenigingen
zo weinig bij elkaar komen.