NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Archief 2005 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2005 Herstructurering
Archief 2005 Huurbeleid
Archief 2005 Woningtekort
Archief 2006 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2006 Huurbeleid
Archief 2006 Herstructurering
Archief Wijkgericht werken
Archief 2007 Herstructurering
Archief Wonen, zorg en welzijn
Archief 2007 Utrecht vernieuwt!
Archief Woningtekort
Corporaties & leefbaarheid
Archief 2009 Huurbeleid
Archief Energiebesparing
Archief Bewonersorganisaties
Archief 2008 Herstructurering
Archief 2008 Woningtekort
Archief Woningverdeling
Woningbouw en kredietcrisis







 
Home > Nieuws > Dossier Archief > Archief Woningtekort  > Woningproductie schiet nog niet op

Nieuwsbrief RHB, 7 mei 2007

Planning en bouwen in BRU-gebied

Woningproductie schiet nog niet op

Ondanks alle extra onderzoekscommissies die zich bezig houden met de vertragingen in de bouw, schiet het met de productie in de Utrechtse regio nog steeds niet op. Vorig jaar zaten de cijfers landelijk dik in de plus. Alleen de provincie Utrecht en het BRU bleven ver achter. In het BRU-gebied daalde de nieuwbouw 17% en dat was 22% lager dan wat voorspeld was. Door deze achterblijvende nieuwbouw loopt de regio ook veel geld mis.

Er liggen afspraken dat alle gemeenten minimaal 25% van hun nieuwbouw als sociale huurwoning bouwt. De praktijk laat andere gegevens zien. Zo zijn het juist de gemeenten die toch een laag aandeel sociale huurwoningen hebben die ook in de nieuwbouw slecht presteren. Dat geldt vooral voor Bunnik, De Bilt, IJsselstein, Maarssen en Houten.

 

Tegengaan segregatie gemeenten

In de regionale prestatieafspraken staat dat gemeenten de komende jaren moeten werken aan een voldoende voorraad sociale woningen. Ieder gemeente hoort in 2010 30% van de woningen in de sociale sector te hebben. Een sociale huurwoning is hierbij gedefinieerd als een woning beneden de € 615 (vanaf 1 juli 2007: € 621,78).

 

De leden van het Regionaal HuurdersBeraad (RHB) hebben meerdere malen aangegeven dat ze deze afspraak onvoldoende vinden. De reden hiervoor is dat de laagste inkomens tot lang niet alle sociale huurwoningen toegang hebben. De laagste inkomensgroep kan een woning huren tot een huurprijs van € 485 (1-2 persoons-huishouden) respectievelijk € 520 (3- en meerpersoonshuishoudens).

 

In de regionale prestatieafspraken is geen onderscheid gemaakt naar de aantallen of het aandeel huurwoningen voor de laagste inkomensgroep enerzijds en voor de groep die daar boven zit anderzijds. Toch vindt het RHB dit een belangrijk punt. Daarom zal het RHB een brief naar alle gemeenteraden sturen.

 

Het RHB gaat ervan uit dat iedere gemeente prestatieafspraken maakt met de corporaties die werkzaam zijn in die gemeente. Afhankelijk van de gemeente kunnen dit één of meerdere corporaties zijn. We zullen aandacht vragen voor dit knelpunt. Ook zullen we de gemeentes adviseren om op gemeenteniveau voor de laagste inkomensgroep zowel een absoluut aantal kernvoorraadwoningen (met een huurprijs waar de laagste inkomens in terecht kunnen) vast te stellen, als ook slaagkansafspraken voor die groep te maken. Dit moet tot het resultaat leiden dat de laagste inkomens minstens een gelijke kans op een woning hebben als de andere inkomensgroepen.

 

 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies