Onze wijk wordt een herstructureringswijk als de huizen er niet best uitzien en er op straat geteisem loopt en rotzooi ligt. Woningen opknappen, tuig aanpakken en de troep opruimen, zou je zo zeggen. Maar dat schijnt onvoldoende te werken, hoewel ze er in China indrukwekkende resultaten mee behalen, met helaas als vervelend detail dat de huizen van de een op de andere dag verdwenen zijn.
Zo doen we dat hier natuurlijk niet en dus
gaan we op zoek naar de bron van alle ellende. Deskundigen menen dat die
wel eens ‘achter de voordeur’ kon liggen. Achter de schuurdeur schijnt het mee
te vallen en achter de achterdeur is over het algemeen ook weinig verontrustends
te bespeuren. Maar achter de voordeur lijkt zich het
onheil te bevinden. Nader onderzoek om via de brievenbus naar binnen te gluren
is onmogelijk, daar deze verstopt zit met aanmaningen en deurwaardersexploten.
Ook een voorzichtige blik door de ongezeemde ruitjes levert niets op daar het
zicht belemmerd wordt door de stapels lege kratten.
Dus zal men er niet aan ontkomen om aan te bellen. En dan
open je in Nederland natuurlijk de doos van Pandorra.
Want wat zich hier te lande achter de voordeur afspeelt komen
we niet zo snel te weten en willen we ook eigenlijk niet weten. Dat
geldt trouwens ook voor de villawijken. Toen een Tv-ploeg bij RijkmanGroenink aanbelde om te
vragen wat hij nu eigenlijk ging doen met die miljoenen die hij wegens
wanbeheer in zijn zakken mocht proppen, kreeg ze via de intercom bij het hek
voor het landgoed al te horen dat ze op konden rotten. Want een echte Hollander
laat niet bij zich achter de voordeur kijken.
Wellicht dat een nog niet geheel
ingeburgerde allochtoon nog zo gek is om open te doen. Maar waar het natuurlijk
om gaat is waar en hoe die types geproduceerd worden die de samenleving hier
zoveel ongemak bezorgen. En dat zal nog een helse klus worden, want dan zullen
onze deskundigen toch echt door moeten dringen tot achter de slaapkamerdeur.