Het verloop van herstructureringsprojecten is lastig te voorspellen. Wel is een aantal factoren aan te wijzen dat hierop van invloed is. Om daar meer inzicht in te krijgen, heeft Stade Advies drie projecten in drie verschillende steden vergeleken. Daarbij zijn professionals én bewoners gehoord.
Om
te achterhalen welke factoren ertoe bijdragen dat het ene
herstructureringsproject succesvoller verloopt dan het andere, heeft Stade
Advies drie herstructureringsprojecten met elkaar vergeleken: één in het
Utrechtse Hoograven, één in Den Haag Morgenstond en één in Amsterdam Osdorp.
Van ieder project is het proces bekeken tot aan het eind van de definitieve
planvorming.
Wat maakt het verschil
Een
opvallend verschil tussen de drie projecten is de rol van de betrokken
partijen. Het gedecentraliseerde bestuur in Den Haag en Amsterdam leidt er om
te beginnen toe dat de centrale stad minder direct bij de projecten betrokken
is dan in Utrecht. Verder spelen de corporaties in Den Haag een relatief grote
rol. Anders dan in Amsterdam en Utrecht zijn zij verantwoordelijk voor de
grondexploitatie en financieren zij de herinrichting van de openbare ruimte.
Ook verschillen de gebieden ten aanzien van de rol van de ontwikkelaar. In
Hoograven was de ontwikkelaar betrokken bij het opstellen van het plan, terwijl
in de andere gebieden de corporaties in een later stadium een ontwikkelaar
hebben aangetrokken. Tenslotte verschillen de gebieden
in de manier waarop bewoners bij de herstructurering worden betrokken. In Den
Haag lijkt de minste aandacht te bestaan voor participatie. Bewoners worden
relatief laat bij een herstructureringsproces betrokken, namelijk als de
plannen er al in grote lijnen liggen. Een ander verschil ten aanzien van
participatie heeft betrekking op het sociaal plan. In
alle gevallen wordt onder verschillende namen een sociaal plan opgesteld.
Daarin worden specifieke afspraken opgenomen over zaken als herhuisvesting en
verhuiskostenvergoeding. Door afwezigheid van een bewonerscommissie zijn
huurders uit het project in Den Haag niet betrokken bij het opstellen van het sociaal plan. In plaats daarvan is het plan gemaakt door de
corporatie. Een laatste verschil op dit terrein heeft
te maken met het Protocol Overleg dat in Utrecht is ontwikkeld. In het Protocol
staat beschreven wanneer en hoe bewoners(organisaties) betrokken moeten worden
bij herstructureringsprojecten. Een dergelijk document ontbreekt in de andere
steden.
De context waarbinnen herstructureringsprojecten worden ontwikkeld, kan dus
verschillen. Aan de hand van gesprekken met professionals en bewoners is in het
onderzoek echter een aantal factoren naar voren gekomen waarmee bij ieder
herstructureringsproject rekening gehouden moet worden. De factoren hebben
vooral betrekking op de participatie van bewoners en op de samenwerking tussen
betrokken partijen. Hieronder worden per categorie de belangrijkste vijf
genoemd:
Bewonersparticipatie
- Betrek bewoners bij
kleinschalige projecten in het kader van leefbaarheid en beheer (stel
bijvoorbeeld een beheergroep samen) en zorg voor zichtbare resultaten.
- Biedt bewoners zekerheid
over de toekomst van hun complex.
- Blijf
communiceren! Ook als er even geen nieuws is.
- Negeer wensen van bewoners
niet.
- Geef bewoners vooraf
duidelijkheid over hun rol en invloed.
Samenwerking
- Zorg vooraf voor
duidelijkheid over financiële randvoorwaarden. Naast tekenen, ook rekenen!
- Zorg voor een gedeelde
visie op de toekomst van het gebied.
- Zorg voor een
procesgeheugen.
- Zorg voor duidelijkheid
over de taakverdeling en voor een goede regie.
- Zorg voor flexibiliteit in
plannen.
Wilt u meer weten over het onderzoek? Neemt u dan contact
op met Stade Advies, Ellen van Beckhoven, e-mail: e.vanbeckhoven@stade.nl