NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Archief 2005 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2005 Herstructurering
Archief 2005 Huurbeleid
Archief 2005 Woningtekort
Archief 2006 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2006 Huurbeleid
Archief 2006 Herstructurering
Archief Wijkgericht werken
Archief 2007 Herstructurering
Archief Wonen, zorg en welzijn
Archief 2007 Utrecht vernieuwt!
Archief Woningtekort
Corporaties & leefbaarheid
Archief 2009 Huurbeleid
Archief Energiebesparing
Archief Bewonersorganisaties
Archief 2008 Herstructurering
Archief 2008 Woningtekort
Archief Woningverdeling
Woningbouw en kredietcrisis







 
Home > Nieuws > Dossier Archief > Archief Woningverdeling  > Stad Utrecht houdt vast aan woonduur

Utrechts Nieuwsblad, 2 februari 2005

Stad Utrecht houdt vast aan woonduur

De stad Utrecht wil woonduur handhaven als criterium bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Het regionale plan om deze rechten te schrappen heeft volgens wethouder Van Kleef meer nadelen dan voordelen, zei zij gisteren tegen de raadscommissie voor stedelijke ontwikkeling.

Op 16 juni organiseerde het Regionaal Huurders Beraad (RHB) een discussiebijeenkomst over de voorstellen van de provincie Utrecht voor de verdeling van goedkopere woningen. De provincie wil namelijk dat woningzoekenden die wonen of werken in de provincie Utrecht, overal in de provincie een plek om te wonen kunnen zoeken. Ook wil de provincie meer eenduidigheid in de afspraken over de verdeling van woningen. Daarom heeft de provincie een voorstel gemaakt voor een model huisvestingsverordening. Dit model moet als leidraad gaan dienen voor de gemeenten bij het opstellen van een huisvestingsverordening.

Eén woningmarkt

Het voorstel van de provincie dat woningzoekenden die wonen of werken in de provincie overal in de provincie een woning kunnen zoeken, was aanleiding voor een stevige discussie. Toch juichten de meeste huurdersorganisaties het voorstel toe. Maar dan wordt het wel extra belangrijk dat er in elke gemeente voldoende goedkopere woningen zijn, alleen dan hebben woningzoekenden echt meer te kiezen. Bovendien moet worden voorkomen dat er ‘armoede-eilanden’ ontstaan, die de lagere inkomensgroepen uit de hele provincie opvangen.

Eén volgorde-criterium

Een woningzoekende moet weten waar hij aan toe is en kunnen controleren hoe de woningen worden verdeeld. Het ‘aanbodmodel’ voldoet daar goed aan. Er was dan ook geen discussie over het voorstel van de provincie dat voortaan elke gemeente 70% van de woningen via het aanbodmodel verdeelt. Opvallend ook was de eensgezindheid over het criterium om te bepalen wie het eerst aan de beurt is voor een woning. Unaniem schoven de huurderorganisaties, net als de provincie, inschrijfduur als volgordecriterium naar voren.

Maar de doorstromers die aanvankelijk op grond van hun woonduur in de wachtrij voor een woning stonden, mogen niet worden vergeten. Iedereen koos voor een ruimhartige tegemoetkoming, beter dan een overgangsregeling waarbij de opgebouwde woonduur na een jaar vervalt. Immers, hoeveel doorstromers zou het lukken om op de krappe woningmarkt binnen een jaar een woning naar de zin te vinden? Veel beter is het als doorstromers hun woonduur met een onbeperkte geldigheidsduur kunnen omzetten in inschrijfduur. Wel moeten zij jaarlijks de inschrijving vernieuwen. Zo vallen doorstromers die niet echt op zoek zijn naar een huis vanzelf wel af.

Passendheidsnormen

Welke afspraken moeten op de provinciale woningmarkt gelden over het gebruik van zogenaamde passendheidsnormen? Er zijn er twee. De eerste gaat over de hoogte van het inkomen, dat moet passen bij de huur van de woning. De tweede betreft de omvang van het huishouden, dat moet passen bij de grootte van de woning.

De provincie wil deze normen in principe loslaten en biedt gemeenten de ruimte om wat passend is zelf in te vullen. Wat betreft de verhouding tussen huur en inkomen waren de huurdersorganisaties het daar niet mee eens. Om ervoor te zorgen dat goedkopere woningen terecht komen bij mensen met een lager inkomen, pleiten de huurdersorganisaties voor een eenvoudige huur-inkomenstabel, die in de hele provincie geldt.

Maatwerk

Binnen een groot woningmarktgebeid als de provincie Utrecht bestaan grote verschillen, maatwerk is onvermijdelijk. Er was geen enkele discussie over het voorstel van de provincie dat elke gemeente voor ten hoogste 30% van het woningaanbod afwijkende afspraken mag maken. Bijvoorbeeld om woningen te verloten, speciale afspraken te maken in wijken met leefbaarheidproblemen of voorrang te kunnen geven aan lokale woningzoekenden. Maar dan moeten gemeenten afspraken over dit maatwerk wel vastleggen in een overeenkomst met verhuurders èn huurdersorganisaties. Dat is de beste manier om te garanderen dat iedereen de gemaakte afspraken kent en kan controleren.

Hartenkreten

Tot slot twee hartenkreten die op 16 juni naar voren werden gebracht. Ten eerste zouden alle woningzoekenden dezelfde kans moeten hebben om een woning te vinden. De slaagkansen van verschillende groepen (bijvoorbeeld lagere en hogere inkomens) moeten daarom goed in de gaten worden gehouden. En ten tweede: welke afspraken je ook maakt over de verdeling van woningen, de woningschaarste los je er niet mee op. Met het bouwen van (meer) sociale huurwoningen wel!  

 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies