De stad Utrecht wil woonduur handhaven als criterium bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Het regionale plan om deze rechten te schrappen heeft volgens wethouder Van Kleef meer nadelen dan voordelen, zei zij gisteren tegen de raadscommissie voor stedelijke ontwikkeling.
Op 16 juni organiseerde
het Regionaal Huurders Beraad (RHB) een discussiebijeenkomst over de
voorstellen van de provincie Utrecht voor de verdeling van goedkopere woningen.
De provincie wil namelijk dat woningzoekenden die wonen of werken in de
provincie Utrecht, overal in de provincie een plek om te wonen kunnen zoeken.
Ook wil de provincie meer eenduidigheid in de afspraken over de verdeling van
woningen. Daarom heeft de provincie een voorstel gemaakt voor een model
huisvestingsverordening. Dit model moet als leidraad gaan dienen voor de
gemeenten bij het opstellen van een huisvestingsverordening.
Eén woningmarkt
Het voorstel van de
provincie dat woningzoekenden die wonen of werken in de provincie overal in de
provincie een woning kunnen zoeken, was aanleiding voor een stevige discussie.
Toch juichten de meeste huurdersorganisaties het
voorstel toe. Maar dan wordt het wel extra belangrijk dat er in elke gemeente
voldoende goedkopere woningen zijn, alleen dan hebben woningzoekenden echt meer
te kiezen. Bovendien moet worden voorkomen dat er ‘armoede-eilanden’ ontstaan,
die de lagere inkomensgroepen uit de hele provincie opvangen.
Eén volgorde-criterium
Een woningzoekende moet
weten waar hij aan toe is en kunnen controleren hoe de woningen worden
verdeeld. Het ‘aanbodmodel’ voldoet daar goed aan. Er was dan ook geen
discussie over het voorstel van de provincie dat voortaan elke gemeente 70% van
de woningen via het aanbodmodel verdeelt. Opvallend ook was de eensgezindheid
over het criterium om te bepalen wie het eerst aan de beurt is voor een woning.
Unaniem schoven de huurderorganisaties, net als de provincie, inschrijfduur als
volgordecriterium naar voren.
Maar de doorstromers die aanvankelijk op grond van hun woonduur in de wachtrij voor een woning stonden, mogen niet worden
vergeten. Iedereen koos voor een ruimhartige tegemoetkoming, beter dan een
overgangsregeling waarbij de opgebouwde woonduur na een jaar vervalt. Immers,
hoeveel doorstromers zou het lukken om op de krappe woningmarkt binnen een jaar
een woning naar de zin te vinden? Veel beter is het als doorstromers hun
woonduur met een onbeperkte geldigheidsduur kunnen omzetten in inschrijfduur.
Wel moeten zij jaarlijks de inschrijving vernieuwen. Zo vallen doorstromers die
niet echt op zoek zijn naar een huis vanzelf wel af.
Passendheidsnormen
Welke afspraken moeten op
de provinciale woningmarkt gelden over het gebruik van zogenaamde passendheidsnormen? Er zijn er twee. De eerste gaat over de
hoogte van het inkomen, dat moet passen bij de huur van de woning. De tweede
betreft de omvang van het huishouden, dat moet passen bij de grootte van de
woning.
De provincie wil deze normen in principe loslaten en biedt gemeenten de ruimte
om wat passend is zelf in te vullen. Wat betreft de verhouding tussen huur en
inkomen waren de huurdersorganisaties het daar niet
mee eens. Om ervoor te zorgen dat goedkopere woningen terecht komen bij mensen
met een lager inkomen, pleiten de huurdersorganisaties
voor een eenvoudige huur-inkomenstabel, die in de
hele provincie geldt.
Maatwerk
Binnen een groot
woningmarktgebeid als de provincie Utrecht bestaan grote verschillen, maatwerk
is onvermijdelijk. Er was geen enkele discussie over het voorstel van de
provincie dat elke gemeente voor ten hoogste 30% van het woningaanbod afwijkende
afspraken mag maken. Bijvoorbeeld om woningen te verloten, speciale afspraken
te maken in wijken met leefbaarheidproblemen of voorrang te kunnen geven aan
lokale woningzoekenden. Maar dan moeten gemeenten afspraken over dit maatwerk
wel vastleggen in een overeenkomst met verhuurders èn
huurdersorganisaties. Dat is de beste manier om te
garanderen dat iedereen de gemaakte afspraken kent en kan controleren.
Hartenkreten
Tot slot twee hartenkreten
die op 16 juni naar voren werden gebracht. Ten eerste zouden alle
woningzoekenden dezelfde kans moeten hebben om een woning te vinden. De
slaagkansen van verschillende groepen (bijvoorbeeld lagere en hogere inkomens)
moeten daarom goed in de gaten worden gehouden. En ten tweede: welke afspraken
je ook maakt over de verdeling van woningen, de woningschaarste los je er niet
mee op. Met het bouwen van (meer) sociale huurwoningen wel!