Gemeenten dragen beheertaken
in wijken steeds vaker
over aan woningcorporaties.
Dat moet de betrokkenheid van
bewoners vergroten. Maar of
veel mensen het leuk vinden
om zelf het onkruid te gaan
wieden uit de plantsoenen is
nog maar de vraag.
“We
hebben bijna het tv-programma Eigen Huis en Tuin ingeschakeld. Wij bewoners
moesten zelf het onkruid wieden uit de plantsoenen. De woningcorporatie is er
wel verantwoordelijk voor, maar ze doen er niets aan.”
Juist
om dit soort ergernissen te voorkomen, heeft in veel steden een verschuiving
van taken plaatsgevonden bij de bouw en het onderhoud van wijken: niet de
gemeente maar de woningcorporatie beslist samen met buurtbewoners over de
inrichting van hun buurt. Dat gaat van de architectonische opbouw tot het al
dan niet plaatsen van een speeltuin.
Het
voorbeeld van de bewoonster, een werkende moeder uit de wijk Vissershop in Zaanstad, illustreert dat nog niet alles van een leien
dakje gaat. Toch is zij lovend over de speeltuin die mede door haar inspraak
vlak voor haar deur is geplaatst.
Slapend geld
Woningcorporaties
krijgen steeds meer invloed op het beheer en de inrichting van een buurt. Was
het voorheen vooral de taak van de corporatie om woningen te bouwen en te beheren,
tegenwoordig gaan corporaties meer uit van een totale aanpak van een buurt. Het
is de bedoeling dat in samenspraak met de bewoners de leefomgeving wordt
verbeterd en het woongenot
verhoogd.
Piet
Keijzer, wethouder Wonen in de gemeente Zaanstad is een
groot voorstander van een meer wijkgerichte aanpak. Hij vindt de directe
betrokkenheid van de bewoners zeer positief: “Het is goed als mensen zich
bemoeien met de kwaliteit van de openbare ruimte, zodat er een directe link
ontstaat tussen geld en prestatie. Dat kan onder andere worden bevorderd door plantsoenen
te laten beheren door woningcorporaties.”
Het
is een landelijke trend dat gemeenten steeds meer taken overdragen aan
woningcorporaties. Logisch, vindt Keijzer: “Er is veel stil vermogen, geld waar
niets mee gebeurt. In Zaanstad bedraagt dat tussen de
2 en 2,5 miljard euro, gemeenschapsgeld dat goed kan worden ingezet.”
Grip verliezen
Als
woningcorporaties steeds meer en gemeenten steeds minder gaan doen, bestaat
wellicht het gevaar dat de gezamenlijke openbare ruimte sluipenderwijs in
particuliere handen komt en de gemeente haar grip verliest. Maar wethouder
Keijzer is daar niet bang voor: “Je moet onderscheid maken tussen bezit en
gebruik van de grond. Over de openbaarheid van de ruimte moet je als gemeente
duidelijke afspraken maken met zo’n corporatie.
Uiteindelijk is er ook nog toezicht van het Rijk op de corporaties. Ik heb er
vertrouwen in dat het goed komt en ik heb instrumenten om in te grijpen als het
nodig is.”
Terugkeer
Ook
Bob Stolker, hoofd Vastgoed van woningcorporatie ZVH
ziet de positieve effecten van de uitbreiding van zijn takenpakket: “Door
inspraak is vijftig procent van de oude bewoners van de wijk Vissershop
terugverhuisd na voltooiing van de nieuwbouw. Vroeger verhuisden bewoners na
renovatie van een wijk en kwamen ze niet meer terug.
Nu
wonen mensen meer naar tevredenheid, waardoor ze beter zorgen voor hun wijk.
Dat komt de leefbaarheid ten goede.”