De heer Verhoef heeft in juni 2009 in de Gemeenteraad vragen gesteld of de plaatsing van personen met een geestelijke of lichamelijke beperking in straten met veel cultuurverschillen en sociaal zwakke gezinnen wel verstandig is. Het College geeft nu als antwoord dat hierover met betrokken instellingen afspraken gemaakt zijn om dit zorgvuldig af te wegen. [reageren]
Vragen van de heer drs. C.J. Verhoef (ingekomen
1 juni 2009 en antwoorden door het college verzonden op 2 maart 2010)
Geacht college,
Het beleid van de overheid is gericht om personen met een
beperking (lichamelijk of geestelijk) zoveel mogelijk deel te laten uitmaken
(wonen) van de samenleving. Dus gewoon tussen mensen zonder een beperking. Dat
is goed voor hen en de samenleving. Wij vormen een gemeenschap. Maar het is dan
wel nodig om hen goede instrumenten te geven door goede extramurale zorg en
ondersteuning. Hierdoor krijgen zij de kans die zij verdienen.
Onlangs ontvingen wij signalen dat in een bepaalde straat
veel personen met een beperking gehuisvest zijn. Het betreffen hier personen
met geestelijke en/of lichamelijke beperkingen. Goede zaak. Maar nu blijkt dat
in dezelfde straat ook gezinnen met een zeer zwak sociaal niveau zijn
gehuisvest. Bovendien blijkt in de straat ook nog eens ongeveer 70% van de
bewoners van allochtone oorsprong te zijn (dus veel cultuurverschillen). De
cultuurverschillen gekoppeld aan de cultuur van de sociaal zwakkere gezinnen
vormen een zeer slechte voedingsbodem voor mensen met een beperking. Hierdoor
is de betreffende straat een smeltkroes van problemen geworden. Veel spanningen
en ruzies. De politie is inmiddels in deze straat kind
aan huis geworden.
Het lijkt er op of hier dezelfde huisvestingstrategie wordt
toegepast als in het verleden: concentratie van problemen. De tijd heeft
geleerd dat dat niet goed is voor de integratie. Om die
reden hebben wij de volgende vragen:
1.
Vindt u het terug brengen van personen met
een beperking van intramurale zorg naar de samenleving in een straat met veel
cultuur verschillen een vruchtbare bodem om deze personen opnieuw goed te
kunnen laten deelnemen aan deze samenleving?
Vaak is dat inderdaad niet wenselijk.
Daarom vindt de huisvesting van mensen met een beperking met zorg plaats. In
onze stad wordt daarom sinds 2005 het construct van Woningtoewijzing met Zorg
toegepast. Alle zorginstellingen zijn verenigd in de vereniging Beter Wonen. De
vereniging maakt elke jaar met de corporaties afspraken over het aantal
woningen waar elke instelling een beroep op kan doen. Het gaat jaarlijks om 250
individuele woningen en 35 instellingswoningen. Vanwege de krapte op de
Utrechtse woningmarkt en de kwetsbaarheid in bepaalde wijken, is dit aantal
vorig jaar niet behaald.
2.
Waarom is er gekozen voor het terug brengen
van personen met een beperking in een straat met veel cultuurverschillen in
plaats van een straat met minder cultuurverschillen?
Zie antwoord vraag 1. Daarnaast is het
Utrechtse woningtoewijzigingssysteem een
aanbodsysteem dat de verantwoordelijkheid voor het zoeken naar een woning bij
de woningzoekende legt. In zijn algemeenheid vindt de
woningtoewijzing plaats op basis van inschrijftijd dan wel op basis van
urgentie. Dat maakt dat corporatie en gemeente een beperkte invloed hebben op
wie waar komt te wonen. Dat betekent ook dat de bewoning van de straat of
portiek niet altijd bekend is.
3.
Vindt u het goed dat in een straat waar
personen met een beperking overgaan van intramurale zorg naar het zelfstandig
wonen ook gezinnen geplaatst worden die sociaal zeer zwak zijn?
Zie antwoord op vraag 1, de huisvesting
wordt middels eenmalige aanbeidingen zorgvuldig afgewogen.
4.
Bent u het met ons eens dat door deze
gezinnen te plaatsen bij personen met een beperking de laatste groep onnodig
geschaad wordt.
Zie antwoord op vraag 1 en 2.
5.
Is de extramurale zorg die sommige personen
met een beperking nodig hebben goed georganiseerd?
Ja, mensen die vanuit een instelling
uitstromen naar zelfstandig wonen krijgen minimaal twee jaar woonbegeleiding.
Daarnaast zal in het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang fase 2 extra
aandacht zijn voor preventie en herstel.
6.
Op welke wijze wenst u deze zaak aan te
pakken?
Zie antwoord op vraag 5.
7.
Zijn er binnen de gemeente Utrecht nog meer
van dergelijke straten waarin allerlei
doelgroepen die extra aandacht en zorg nodig hebben, geplaatst zijn?
Er zijn in Utrecht meerdere straten waar
allerlei doelgroepen bij elkaar wonen, dat is niet altijd een probleem.
Reacties:
Plaats hier uw reactie: