In 2006 zijn de regels voor de verdeling van woonruimte in het gebied van het Bestuur Regio Utrecht gewijzigd. De normen voor de prijs en grootte van de woningen zijn voor een deel losgelaten. Jongeren met een laag inkomen konden nu op duurdere huurwoningen reageren, 82 jongeren deden dat ook. 3,8% van de mensen met een gemiddeld inkomen reageerden op de goedkoopste woningen.
Het Regionaal HuurdersBeraad (RHB)
is nauw betrokken geweest bij de besprekingen over een nieuwe
huisvestingsverordening. De veranderingen gingen deels per 1 januari en deels
per 1 juli 2006 in.
De belangrijkste wijzigingen voor de woningzoekenden waren:
* de sociaal- of economische binding geldt niet langer voor de regio, maar voor
de provincie;
* de vereenvoudiging van de huur-inkomentabel;
* de beperking van de bezettingsnorm;
* de afschaffing van de woonduur als criterium voor de
volgorde van toewijzing. Vooraf waren er bij de huurdersorganisaties vragen
over de noodzaak en de eerlijkheid van de voorgenomen veranderingen. Na veel
discussie was het RHB het eens over de nieuwe
richting. Bij de afschaffing van de woonduur had het RHB zich hard gemaakt voor
een betere overgangsregeling. Dit resulteerde in het behoud van 40% woonduur
die omgezet kon worden naar inschrijfduur.
Evaluatie
Het RHB wil de resultaten van de nieuwe verdeelregels volgen.
De eerste resultaten zijn bekend.
De effecten van de nieuwe regels zijn voor de eerste keer
bekeken aan de hand van de cijfers. Hieronder vindt u de resultaten hiervan.
Vestigingsvrijheid
Niet alle regio’s binnen de provincie hadden deze verruiming
van de binding al doorgevoerd. De cijfers geven dan ook nog geen verandering
ten opzichte van 2005 aan.
Vereenvoudiging van de huur-inkomentabel
Er zijn een aantal inkomensgrenzen en leeftijdsgrenzen
weggevallen. Hierdoor kan iedereen op een ruimer aanbod aan woningen reageren.
Jongeren met een laag inkomen konden ook op wat duurdere
woningen reageren. Dat gebeurde in 82 gevallen ook. Dat was 2,4% van het totale
aantal jongeren met een laag inkomen.
Huishoudens met een inkomen tussen € 20.000 en 27.000 mogen
nu ook op de goedkoopste woningen reageren. Dat deed 3,8% van deze groep. Het
BRU concludeert dat dit slechts een beperkte groep is waardoor het aanbod voor
de laagste inkomens geen nadelige gevolgen heeft. Huishoudens met een hoog
inkomen (vanaf € 34.500) kunnen reageren op woningen tussen € 331 en € 475.
Ruim 5% van deze groep woningzoekenden maakten gebruik van deze keuzevrijheid.
Beperking bezettingsnorm
In principe zou de bezettingsnorm afgeschaft worden. Wanneer
er toch een bezettingsnorm gehanteerd wordt, moet de gemeente daar regels over
hebben vastgelegd. Uit de gegevens blijkt dat er grote verschillen zijn tussen
gemeenten. Het meest opvallend is dat Maarssen en Vianen alle woningen een
bezettingsnorm meegeven en dat zonder dat er afspraken zijn vastgelegd over een
bezettingsnorm. IJsselstein heeft de keuzevrijheid voor woningzoekenden het
hoogst in het vaandel: slechts 2% van de woningen kreeg een bezettingsnorm mee.
Het gemiddelde in de BRU lag op 41% met bezettingsnorm en dus 59% zonder
bezettingsnorm. Vooral de kleinere huishoudens hebben, van het wegvallen van de
bezettingsnorm, geprofiteerd; zij kwamen vaker in een grotere woning terecht;
13% van hen zelfs in een vierkamerwoning. Andersom zijn de kleinste (éénkamer-)
woningen vaker aan twee- en driepersoonshuishoudens toegewezen.
Volgordecriterium
We hadden het al voorzien dat er veel woningzoekenden zich
nog in 2006 zouden laten inschrijven. Zo’n 40% extra inschrijvingen vond plaats
onder de zittende huurders. Doordat de woonduur per 1 juli verviel, hebben nog
extra veel doorstromers geprofiteerd van hun woonduur-status. Ze verzilverden
deze met een andere woning. Toch bleef over heel 2006 het aandeel doorstromers
en starters bij de toewijzing ongewijzigd.
Het rapport stelt vast dat er nog geen conclusies getrokken
kunnen worden over de slaagkansen van woningzoekenden of over de doorstroming.
Plaats hier uw reactie: