Vechtkrant, 4 juli 2009
Dossier: Wijkenaanpak landelijk
Effecten van investeringen moeilijk meetbaar
Utrechtse Monitor Krachtwijken ziet vooruitgang
“De krachtwijken zijn op stoom”, zo meldt het persbericht
van de gemeente Utrecht over de Monitor en Voortgangsrapportage Krachtwijken.
Utrecht volgt nauwgezet wat de resultaten zijn van de inzet in de vier
krachtwijken. Wat levert sociaal investeren nu op en kan je dat meten? Het
instituut SEO stelde onlangs dat de investeringen weinig zoden aan de dijk
zetten.
Doe maar gewoon dan doe je
al gek genoeg, of te wel zorg dat de huizen en de fysieke omgeving op orde
zijn. Het rapport ‘De Baat op Straat’ van het instituut SEO beschrijft het
effect van de investeringen van corporaties in het sociale domein op de
overlast, onveiligheid en verloedering in de wijk. Haar conclusie is: dat
levert niets op. Alleen de fysieke investeringen in vernieuwing van woningbezit
hebben duidelijk effect. De Monitor Krachtwijken en de Voortgangsrapportage van
de gemeente Utrecht concludeert wel vooruitgang bij mensen, de buurt, maar kan
geen verband leggen met de gestarte projecten.
Talloze initiatieven
In de wijken Kanaleneiland,
Ondiep, Overvecht en Hoograven zijn gemeente en corporaties vorig jaar gestart
met de wijkaanpak. Daarbij is naadloos aangesloten op initiatieven die er al
waren. Er heeft wel een versnelling plaatsgevonden bij initiatieven op het
sociale domein. Het is een duizelingwekkende caleidoscoop, waarbij vanuit drie
perspectieven wordt gewerkt:
Er is aandacht voor mensen
en hun kansen voor een betere toekomst: op onderwijskansen voor kinderen, hulp
bij dreigende problemen, focus op multiprobleem gezinnen, jongeren activeren
met behulp van leer-werktrajecten en vrijetijdsbesteding, intensieve aanpak bij
jongerenoverlast en opvoedingsondersteuning.
Het gaat om inzet in de
buurt: van buurtbeheerders voor leefbaarheid, van straatcoaches voor
veiligheid, met praktische voorzieningen zoals ontmoetingsruimtes in flats en
buurthuiskamers, vrolijke community art en kleinschalige verbetering van de
openbare ruimte op initiatief van bewoners.
Tenslotte
moet het initiatief van onderop komen, niet voor maar met bewoners. Er zijn
aanjagers om letterlijk ideeën op te halen bij bewoners. In Kanaleneiland rijdt
een bus met een initiatievenloket.
Wat levert het op?
Momenteel is het
maatschappelijk rendement hèt sleutelwoord, bij de overheid, bij
welzijnsorganisaties en bij corporaties. Wat leveren sociale investeringen op?
Het gaat ten eerste om de prestatie: krijg ik de afgesproken activiteiten? Het
gaat ook om het resultaat: zijn de deelnemers, de bewoners er ook beter van
geworden? Tenslotte: wat is het maatschappelijk
effect? Wat heeft het de samenleving opgeleverd, is het probleem opgelost?
De prestatie meet je
eenvoudig: tellen. Maar de Monitor Krachtwijken van Utrecht laat zien dat het
resultaat voor de gebruikers, de bewoner, moeilijker is vast te stellen. Is er
verband tussen sociale stijging van die bewoners en de steun die ze krijgen?
Leidt huiswerkbegeleiding naar een diploma, werk en carrière? Ja, roepen we in
koor, maar of je dat zo rechtstreeks kan aantonen is een andere kwestie. Lossen
we hardnekkige jongerenoverlast er mee op voor de buurt? De monitor Krachtwijken
meet wel vooruitgang, maar het is moeilijk vast te stellen wat voor die
vooruitgang heeft gezorgd.
Schijnzekerheid
Jan Tilburgs, senior
adviseur bij Stade Advies, is in veel gemeenten betrokken bij afspraken maken
met maatschappelijke organisaties over investeren op het sociale domein. Hij
vindt het belangrijk dat ook bij die investeringen gekeken wordt naar de
opbrengsten, al plaatst hij wel relativerende kanttekeningen: “Het helpt bij
het verbeteren van het imago van sociale investeringen. Door te meten en te
evalueren kan je laten zien wat werkt. Zo kan je
investeerders in de toekomst over de streep trekken. Een valkuil met meten is,
dat er altijd zaken zijn die je niet kan meten, maar die wel invloed hebben.
Ook schep je een soort schijnzekerheid. Vergeet niet dat je de maatschappij en
de mensen die daar deel van uit maken maar beperkt kan beïnvloeden. Veel
belangrijker is dat je mensen zelf instrumenten in handen geeft om iets aan hun
situatie en hun omgeving te doen.”
Wat beide rapporten niet
meten is wat zo’n insteek oplevert. Daar, bij die
burger in de Krachtwijken moet het initiatief, de inzet en de
verantwoordelijkheid liggen. Dat vinden we een duurzamere aanpak. Het is
wachten op een onderzoek dat meer doet dan het meten van resultaten of het
beschrijven van goede voorbeelden. Dat verder kijkt: wat levert investeren in
bewoners die iets voor elkaar en hun omgeving willen betekenen de
‘burgermaatschappij’ op?
[CT]