AMSTERDAM - Volgens prof. Thomson presenteren woningcorporaties hun plannen voor grootschalige sloop van sociale huurwoningen ten onrechte als oplossing voor de problemen. De meeste woningen zijn helemaal niet zo slecht, de problemen in de buurt zijn meestal achterliggende oorzaak.
Actiecomité Stop Afbraak Sociale
Toespraak van Andre Thomson, hoogleraar volkshuisvesting tijdens de
demonstratie in Amsterdam tegen de afbraak van goedkope huurwoningen en de
plannen van minister Dekker, op 5 februari 2005.
Onderzoek
Ik sta hier als
wetenschapper die onderzoek heeft gedaan naar sloop door woningcorporaties. De
organisatie van deze demonstratie heeft mij gevraagd om daar iets over te
vertellen.
Toen ik ruim 5 jaar geleden als eerste waarschuwde voor een aanstaande nieuwe
woningnood werd mijn waarschuwing genegeerd.
Inmiddels is de nieuwe woningnood overal voelbaar, zit
de woningmarkt op slot en is het voor starters vrijwel onmogelijk om aan een
woning te komen.
Toch willen de woning corporaties in Nederland de sloop van woningen gaan
verdrievoudigen, in de Randstad zelfs 5 x meer. Voor de komende jaren staat de
sloop van bijna 100 duizend woningen in de 56 zogenaamde aandachtsgebieden op
het programma. In totaal willen de woningcorporaties een kleine 200.000 woningen
gaan slopen. Dat is een kwart tot een derde van de totale nieuwbouwproductie.
Woningen zijn niet slecht
De corporaties en de
overheid zeggen dat die woningen slecht zijn. Maar in Nederland staan helemaal
geen slechte sociale huurwoningen meer. Volgens de Kwalitatieve Woning
Registratie is de kwaliteit van de sociale huursector beter dan van de
koopsector en veel beter dan van de particuliere huursector.
Toch heeft een sociale huurwoning een 12 x grotere kans om gesloopt te worden
dan een particuliere huur- of een koopwoning. Waarom? Niet omdat die woningen
dus slecht zijn!
Vaak zijn het wijken
- waar voornamelijk mensen met een laag inkomen wonen;
- waar veel mensen met een andere cultuur en huidskleur wonen;
- waar vaak sprake is van kleine criminaliteit en van lastige hangjongeren;
- wijken die een slechte naam hebben gekregen.
Sloop helpt natuurlijk helemaal niet tegen dat soort
problemen. Maar het is wel een simpele, goedkope en effectieve manier van
spreidingsbeleid!
Vaak zijn het ook wijken
- die op een aantrekkelijke locatie liggen, zoals Nieuw Crooswijk
in Rotterdam;
- waar, zeg maar, te goedkope woningen op te dure grond staan.
Verschillende keuzen
Niet alle
woningcorporaties zijn sloopcorporaties. Uit ons onderzoek blijkt dat er net zoveel
corporaties zijn die veel slopen - de slopers - als corporaties die helemaal
niet slopen. Uit ons onderzoek blijkt ook dat er geen echte oorzakelijke
verschillen zijn tussen die corporaties. Kennelijk ligt het alleen aan de
macht, wie er de baas is.
Dames en heren, ik ben geen tegenstander van sloop, soms is het de enige
oplossing. En als de bewoners het er mee eens zijn dan moet het maar. Maar dat
is meestal helemaal niet aan de orde.
Meestal speelt alleen het belang van de verhuurder, van de ontwikkelaar, van
het grondbedrijf van de overheid en wordt het belang van de bewoners genegeerd.
Van vastgoedontwikkelaars weten we dat. Voor hen speelt alleen de winst op
korte termijn. Maar waar blijft het sociale gezicht van de woningcorporaties?
En waar blijft het recht en de zeggenschap van de huurders?
Huurbeleid
Hetzelfde speelt in het
huurbeleid. Het vrijgeven van huren terwijl de schaarste toeneemt, terwijl de
meeste woningcorporaties goedgevulde kassen hebben en de extra huurontvangst
helemaal niet nodig hebben valt ook niet te rijmen met het sociale gezicht van
de woningcorporaties. Maar daarvoor ben ik hier niet gevraagd.
Afbraak van goede en betaalbare woningen is niet nodig en in tijden van grote
woningtekorten niet te verdedigen. Afbraak van ons sociale huisvestingsbeleid
is ook op dit moment helemaal niet nodig en in tijden van toenemende woningnood
en dalende inkomens helemaal niet te verdedigen.
Dat vindt de Huurdersvereniging Amsterdam en de
Nederlandse Woonbond ook. Er is dus een breed draagvlak voor een ander beleid.