Leefstijl-experiment
Overvecht wordt voortgezet
‘Het lukt alleen met een brede aanpak’
In 2004 startte de Gemeente, in overleg met bewoners en
corporaties, een tweejarig experiment met selectieve toewijzing op leefstijlen.
Het doel was om de leefbaarheid in Overvecht te verbeteren en een verdere
concentratie van kansarmen te voorkomen. Onlangs werd besloten het experiment
voor twee jaar te verlengen. De Vechtkrant sprak twee raadsleden, Pepijn
Zwanenberg en Klaas Gravensteijn, die betrokken waren
bij de discussie over het experiment. [2 reacties]
Het experiment betreft
zestien 10-hoog-flats in Overvecht. In deze 2.000 woningen woonden vrijwel
alleen kansarme huishoudens van allerlei nationaliteiten. Mede hierdoor stond
het woon- en leefklimaat in de flats sterk onder druk. In oktober 2004 werd
begonnen met toewijzing op leefstijl.
Opzet experiment
Maximaal 170 vrijkomende
woningen per jaar moesten bij voorrang toegewezen worden aan meer kansrijke
huishoudens. Hieronder werd verstaan: starters op de woningmarkt die niet
eerder zelfstandig een woning hadden, gehuwd of
samenwonend, met een inkomen uit arbeid, van wie tenminste een van beiden 25
tot 40 jaar oud is. Bij de verhuur werd niet gekeken naar de hoogte van het
inkomen en het aantal kamers, wat volgens de regionale
huisvestingsverordening wel zou moeten.
Na een jaar werd een eerste
evaluatie uitgevoerd en werd besloten de criteria voor leefstijlkandidaten te
verruimen; de doelgroep starters werd uitgebreid met doorstromers die een
bestaande woning achterlaten, en de leeftijdsgrens werd verhoogd naar 55 jaar.
Tweede evaluatie
In 2006 werd een tweede
evaluatie uitgevoerd door Woningnet. Uit deze evaluatie bleken de volgende
zaken:
1.
Van oktober 2004 tot half juni 2006 is 42% van de
verhuurde woningen betrokken door een leefstijlkandidaat. In het eerste jaar
bedroeg dit maar 37%, maar toen de criteria werden verruimd en er meer
bekendheid aan het experiment gegeven werd steeg dit tot 62% in het eerste
halfjaar van 2006.
2.
Na twee jaar is er geen duidelijk aantoonbaar effect
van het experiment op de leefbaarheid te constateren. Leefstijlbewoners voelen
zich wel verantwoordelijk voor de leefbaarheid en de veiligheid, maar zetten
zich hier (nog) niet actief voor in.
3.
De samenstelling van de flatbewoners wordt door het
experiment meer gemengd. Met de leefstijlbewoners komen er andere bewoners, die
jonger zijn, een hogere opleiding en inkomen hebben dan de zittende bewoners en
kleinere gezinnen hebben. Tegelijk blijkt dat er weinig menging is tussen de
verschillende culturen en dat men een negatief beeld heeft (gehouden) over
niet-westerse allochtonen.
4.
Van de flatbewoners vindt 19% dat de leefbaarheid is
verbeterd, 49% vindt dat het gelijk is gebleven en 32% vindt dat het is
achteruitgegaan. De meeste overlast wordt ervaren van zwerfvuil en stank.
Positief is men over de nabijheid van voorzieningen, veel groen, rust en
ruimte.
5.
Van de huidige en nieuwe flatbewoners staat 44%
positief tegenover het experiment, 42% oordeelt neutraal en 15% is negatief.
Vooral het feit dat er meer aandacht is voor de flats wordt positief
gewaardeerd. Overigens blijkt slechts 15% van de flatbewoners het experiment te
kennen.
We stelden beide
Gemeenteraadsleden, die betrokken waren bij de discussie over wel of niet
voortzetting van het experiment, een aantal vragen.
Werkt een dergelijke
selectie op basis van leefstijl niet discriminatie in de hand?
Klaas Gravensteijn
(PvdA): “Dat gebeurt buiten dit experiment ook al bij ons systeem van
woningtoewijzing, omdat er voor bepaalde woningen voorwaarden gesteld worden
aan het inkomen of huishoudengrootte. Dit gaat over een specifiek probleem met
leefbaarheid, waarvoor een gerichte aanpak is gekozen met een beperkte omvang.
Ik sta er helemaal achter. Ik zou er overigens geen problemen mee hebben
wanneer dit soort experimenten ook worden toegepast in andere wijken waar de
leefbaarheid onder druk staat, zoals Kanaleneiland.”
Pepijn Zwanenberg
(GroenLinks) is minder onverdeeld positief: “Wij vinden het wel degelijk een
discriminatoire kant hebben. Men gaat ervan uit dat mensen zonder een baan
eerder overlast veroorzaken, daarom moeten ze hun heil maar ergens anders
zoeken. Met dit experiment kan je de problemen van
Overvecht niet oplossen, uit de evaluatie kwam ook nauwelijks een positief
effect op de leefbaarheid naar voren. Omdat de bewonersorganisaties en ook een
Turkse vrouwengroep uit Overvecht er toch erg positief over waren zijn we
akkoord gegaan met voortzetting voor een beperkte periode, namelijk twee jaar.
Het kan misschien een zekere rust in de buurt geven.”
Wat moet er gebeuren met kansarmen die in Overvecht
willen blijven?
“Wij vinden dat DUO-urgenten uit de wijk voorrang moeten hebben boven leefstijl-woningzoekenden”, aldus Pepijn.
Klaas zegt hierover: “Een
belangrijke voorwaarde was dat de slaagkans voor kansarmen over de hele stad
gezien gelijk moet blijven of verbeteren. Omdat je een deel van de woningen
buiten het reguliere systeem houdt zou de slaagkans in Overvecht kunnen
dalen. Heel belangrijk is dat het experiment past in de
brede aanpak ‘Kracht voor Overvecht’. Daarin wordt sterk ingezet op de
verbetering van de sociaal-economische positie van
kansarme bewoners.”
Hoe kan het experiment meer positieve effecten krijgen
voor de wijk?
Reactie van Pepijn: “Men wil
de leefstijl-instromers meer verleiden om zich in te
zetten voor de leefbaarheid. Er worden geen gesprekken gevoerd met mensen die
niet tot de leefstijl behoren. Wij vinden dat je hierover met alle instromers zou moeten praten. GroenLinks heeft veel
vertrouwen in een brede aanpak door Gemeente, corporaties en
bewonersorganisaties. Voor verwaarloosde flats bleken moeilijk leefstijl-bewoners te vinden te zijn. Deze woningen moeten
dus opgeknapt worden.”
Klaas zegt: “Een actieve
benadering van de hele flat is belangrijk, op verschillende terreinen zoals
leefbaarheid en individuele problemen. De Gemeente moet corporaties ook
actiever benaderen dat zij hun verantwoordelijkheid voor een goed beheer en
onderhoud van de woningen nemen. Je zou als Gemeente elk jaar de
onderhoudsplanning van de corporaties kunnen opvragen en zo nodig met hen
bespreken. Als woningen dan toch door verwaarlozing door de corporaties in een
negatieve spiraal komen zou je de corporaties moeten aanschrijven, net als elke
andere huiseigenaar.”
Reacties (kan alleen via versie onder tabblad Vechtkrant):
Jan de Jong Do, 2 Aug 2007
01:58
Het is jammer dat Pepijn de beladen term discriminatie er bij haalt. Op
allerlei terreinen worden mensen uitgesloten dan wel bevoordeeld, zeker wanneer
het om huisvesting gaat. Met een uitkering kom ik niet in aanmerking voor een vrije-sectorwoning, laat staan een hypotheek. Moet ik dan
ook verontwaardigd zijn?
Deze maatregel is overigens niet bedoeld om mensen uit te sluiten, maar om de
samenstelling van een buurtje minder eenzijdig te maken.
Pepijn is wellicht niet op de hoogte van het feit dat er al enkele jaren
activiteiten worden ondernomen juist om de huidige bewoners meer te betrekken
bij hun leefomgeving. Er worden wel degelijk gesprekken gevoerd met mensen die
niet tot de leefstijl behoren.
Pepijn, kom eens kennismaken met Overvecht.
Dat was ik nog even vergeten: Pepijn stelt dat "men" er van uit gaat
dat mensen zonder baan eerder overlast veroorzaken, en daarom hun heil maar
ergens anders zouden moeten zoeken.
Ik weet niet waar hij dit vandaan haalt, maar ik vind het een gotspe om dit zo
te stellen.
Jan de Jong.