De Ministerraad is vandaag, op voorstel van Minister Dekker, akkoord gegaan met aanvullende voorstellen voor het nieuwe huurbeleid. Pas als er in 2008 voldoende woningen zijn gebouwd, mogen de huren van 600.000 woningen helemaal worden vrijgegeven. Dat betekent echter niet, zoals eerder werd gesuggereerd, dat de huurliberalisatie van de baan is. De minister zet haar plan om woningen met een relatief hoge WOZ-waarde vanaf 1 juli 2006 te liberaliseren namelijk gewoon door.
Deze
woningen komen in een 'overgangsregime, zoals Dekker dat noemt. De
huurverhogingen in dit overgangsregime zijn exact dezelfde als in haar eerdere
plannen, te weten in 2006 de inflatie van het voorafgaande jaar plus 2%, in 2007plus
3%, in 2008 plus 3,5% en in 2009 plus 4%. Maar ook de voorgestelde
huurverhogingen in het zogenoemde gereguleerde deel van de woningvoorraad (75%
van alle woningen) zijn onveranderd.
De Woonbond is teleurgesteld over deze uitkomst. Nog steeds worden 600.000
huurders in het 'overgangsregime' geconfronteerd met ongekend hoge
huurstijgingen, waardoor hun koopkracht de komende jaren zwaar wordt aangetast.
Zij moeten zich nog steeds ernstig zorgen maken of zij de huur straks nog wel
kunnen betalen. Gedwongen verhuizingen liggen in het verschiet. Ze kunnen
echter geen kant op in de huidige gespannen woningmarkt. Dekker tornt dus niet
aan haar voorgestelde huurstijgingen in de komende jaren. Kortom: de gevolgen
voor huurders blijven dezelfde. De huren van woningen met een hogere WOZ-waarde
zullen harder stijgen dan de 'gereguleerde huurwoningen'. Huurders in die
woningen houden onzekerheid over de toekomst van hun huurwoning en de
huurprijs. De bewering van de minister dat met haar plannen een gematigde huurontwikkeling
wordt gerealiseerd, raakt kant noch wal. Ook haar stelling dat de doorstroming
wordt bevorderd en dat meer huurwoningen beschikbaar komen, is een slag in de
lucht. Dit laatste wordt ook gelogenstraft door rapporten van ABF research, het
CPB en RIGO.
De huurstijgingen liggen ver boven de inflatie, terwijl het inkomen van
huurders de komende jaren nauwelijks stijgt. Met name huurders met een
bescheiden middeninkomen worden door deze huurmaatregelen hard getroffen. Zij
hebben immers geen recht op huursubsidie en een koophuis is voor niet
bereikbaar, omdat ze niet voldoende kunnen lenen. Ze kunnen dus geen kant op
een hebben geen andere keus dan de huurverhogingen op te hoesten.
Als doekje voor het bloeden heeft de Minister aangekondigd dat gemeenten de
mogelijkheid krijgen om lokaal maatwerk te leveren, dus dat bepaalde groepen
huishoudens kunnen worden ontzien. Voor huurders biedt dat echter geen enkele
zekerheid.
Dekker komt met een nieuw prijsplafond voor te liberaliseren woningen. Aan een
nieuwe huurder van een geliberaliseerde woning mag een jaarhuur van 5,4% van de
WOZ waarde worden gevraagd. De Woonbond vindt dit een rookgordijn dat geen
enkele bescherming biedt tegen te hoge huurprijzen. Eerder onderzoek heeft
aangetoond dat een maximale huurprijs van 5,4% zorgt voor een stijging van de
gemiddelde huur met meer dan vijftig procent en een netto-huurquote van
huishoudens met een inkomen tussen de huursubsidiegrens en de ziekenfondsgrens
van 24% in 2004 naar 37% in 2015.