De huurdersvereniging Kanaleneiland-Noord Noord zet grote vraagtekens bij de resultaten van een woonwensenonderzoek onder 450 bewoners. Het gebiedsplan 'Kansrijk Kanaleneiland-Noord' werd op 26 februari 2009 vastgesteld. Onderdeel daarvan is het voornemen om in het Noordkwadrant circa 500 huurwoningen op hoog niveau te renoveren of te vervangen door nieuwbouw.
Het idee is om 70 procent koop- en 30 procent huurwoningen
te realiseren. Daarmee worden opnieuw sociale huurwoningen aan de voorraad
onttrokken. In de regio Utrecht is de sociale woningvoorraad relatief laag (zo'n 31 procent).
De gemeenteraad heeft bij amendement vastgelegd dat er eerst
een woonwensenonderzoek moest worden gehouden, aangezien begin 2009 onduidelijk
was in hoeverre de nog uit te werken plannen op steun konden rekenen. De inhoud
van het woonwensenonderzoek is in samenspraak tussen Mitros,
huurdersvereniging Kanaleneiland-Noord Noord en de
gemeente opgesteld. Na een gezamenlijke selectie is het onderzoek uitgevoerd
door onderzoeksbureau Strabo. Het woonwensenonderzoek
vond in februari 2010 plaats en had een hoge respons (82 procent).
De huurdersvereniging, Mitros en
de gemeente stellen gezamenlijk vast dat er nogal uiteenlopend wordt gedacht
over de toekomst van Kanaleneiland-Noord Noord.
Volgens de huurdersvereniging heeft het bureau Strabo
zich niet aan de afspraken gehouden. Mitros erkent
dat er fouten zijn gemaakt. Op basis van het woonwensenonderzoek zou 52 procent
van de bewoners voor sloop en renovatie zijn. Volgens de huurdersvereniging
komt dat omdat bewoners verkeerd zijn voorgelicht. Begin 2009 tekende nog zo’n 80 procent van de bewoners voor het door een
bewonerscommissie opgestelde 9-puntenplan en de keuze vóór renovatie. Mitros ontkent dat de resultaten van het recente onderzoek
zijn gemanipuleerd en ziet geen reden om de verhouding huur-koop
in de plannen aan te passen.
De uitkomst van het woonwensenonderzoek biedt naar het
oordeel van het Utrechtse College van B&W voldoende basis de voorgenomen
plannen voor het Noordkwadrant verder uit te werken.
De uitgewerkte plannen zullen uiteindelijk aan alle bewoners worden voorgelegd
in een draagvlakmeting. In Utrecht is op stedelijk niveau afgesproken dat
herstructureringsplannen (ook als het om sloop gaat) pas gerealiseerd kunnen
worden als ze gesteund worden door 60 procent van de bewoners. In Utrecht is
een discussie ontstaan over of dat draagvlak gemeten zou moeten worden onder
alle huurders, of alle respondenten.
Een eerdere draagvlakmeting in Kanaleneiland
(Centrum) zorgde eveneens voor ophef. De resultaten en conclusies ervan werden
door een huurdersvereniging aangevochten bij de rechter.