Bewonersorganisaties en corporatiemedewerkers uit Utrecht bezochten in november een grootschalig vernieuwingsproject in Amsterdam Slotervaart. Woningcorporatie de Alliantie “gaf goud geld uit” aan de communicatie met bewoners, volgens Carl Hirsch van bewonerscommissie Staalman. Hoe ging die participatie in zijn werk? Welke bijzondere rol had de bewonerscommissie?
“Onze bewonerscommissie is niet gekozen”,
aldus Carl Hirsch. “Wij
zijn dus geen afspiegeling van onze bewoners en kunnen niet optreden als
vertegenwoordiger. We hebben daarom gekozen voor een rol als procesbewaker. Dat
betekent dat we erop toezien dat afspraken worden nagekomen en dat er duidelijk
wordt gecommuniceerd met de bewoners. Brieven die de Alliantie wilde versturen,
werden altijd eerst aan ons voorgelegd. Daarnaast heeft de commissie
onderhandeld over het sociaal plan.”
Droomgroepen
Afspraken over de participatie werden vastgelegd in een
participatieplan, dat werd goedgekeurd door de stadsdeelraad. De Alliantie koos
voor vier soorten bewonersparticipatie. Die aanpak bleek succesvol, volgens Hirsch. Naast het overleg met de bewonerscommissie was de
zogenaamde kopgroep zeer belangrijk. Daaraan namen 20 bewoners deel,
inclusief de mensen van de bewonerscommissie. Zij ontwikkelden met de
corporatie de plannen. Daarnaast werd gewerkt met droomgroepen. Tijdens
enkele dagen, verspreid over het jaar, werd bewoners in de binnentuinen
gevraagd mee te dromen en hun wensen te vertellen. Tot slot vonden er informatiebijeenkomsten
plaats, die bezocht werden door zo’n 400 tot 600
huishoudens.
Zelf verhaal vertellen
Wij spraken ook met Rob Hoogeveen, gebiedsontwikkelaar bij
corporatie de Alliantie. De Alliantie stelde hoge eisen aan zichzelf. Rob
Hoogeveen: “We wilden echt in gesprek gaan met de bewoners en vertrouwen
opbouwen. Als medewerker moet je je daarom als eerste
voor langere tijd committeren aan een dergelijk project. Bewoners hebben dan
altijd met dezelfde mensen te maken die het verhaal vertellen. Regelmatig staan
onze foto’s in nieuwsbrieven. Omdat driekwart van de mensen uit een andere
cultuur komt, hebben we veel met lokale tolken gewerkt.
Vooraf hadden we de volgende eisen geformuleerd. Meer dan
70% van de mensen moest op de hoogte zijn van de plannen, 50% moest ermee
instemmen en 20% moest hebben deelgenomen aan de participatie. Als corporatie
moet je wel accepteren dat de plannen anders uit kunnen pakken”, aldus
Hoogeveen.
Een
dorp
Tijdens de draagvlakmeting ging uiteindelijk 72% akkoord met
de plannen. Een interessant resultaat van al die participatie is volgens Hirsch dat de Staalmanpleinbuurt
een dorp is geworden en mensen zich verbonden voelen met de buurt. Hoogeveen:
“Bewoners hebben zelfvertrouwen gekregen en eisen hun plek op. Ze hebben
vertrouwen in de nieuwe woning.” Een andere uitkomst was dat er nu méér gesloopt gaat worden: bewoners van een renovatieflat
gaven voorkeur aan sloop en nieuwbouw.
Succesverhaal?
Zijn er dan alleen maar successen te melden? Rob Hoogeveen:
“We hadden wel erg strak gepland, en dat kunnen bewoners maar moeilijk
bijhouden. Het kost veel tijd, en anderhalf jaar is een enorm tempo.” Carl Hirsch: “Behalve onze
commissie was een tweede commissie actief. Zij hebben zich soms verzet tegen de
plannen omdat ze vonden dat bepaalde afspraken niet werden nagekomen. Maar je
moet accepteren dat tijdens het traject dingen veranderen en accenten verloren
gaan. Een echt knelpunt voor ons waren de verplichte garages met hoge huren.
Daarvoor is uiteindelijk een periode van huurgewenning afgesproken.”
Gouden tip
Over een gouden tip hoeft Carl Hirsch niet lang na te denken: “Luister naar elkaar, en
vertel aan elkaar hoe het zit en waar je mee bezig bent. Die openheid is heel belangrijk.
Vertel ook eerlijk als je je hebt vergist of als je
het niet weet.”
[CS]
Reacties:
Plaats hier uw reactie: