Verlenging inschrijving Woningnet niet meer gratis
Sinds 1 januari 2004 moeten Utrechtse woningzoekenden voor de jaarlijkse verlenging van de inschrijving bij Woningnet een bedrag van negen euro betalen, daarvoor was dit gratis. De raadsleden Giesberts en Schuring stelden vragen hierover.
In Utrecht stonden op de
laatste dag van het vierde kwartaal van 2003 49.850 woningzoekenden
ingeschreven. Zij moeten hun inschrijving jaarlijks verlengen. Een kleine
rekensom levert op dat Woningnet sinds 1 januari 2004 jaarlijks bijna 4½ ton
(49.850 x 9 euro = 448.650 euro) extra int.
Het duurt gemiddeld zo'n vijf jaar voordat een starter
op de Utrechtse woningmarkt in aanmerking komt voor een woning. Dit betekent
dat Woningnet gemiddeld 75 euro (30 euro inschrijfkosten + 5 jaar verlengen)
van elke klant ontvangt voordat er perspectief is voor de klant op een woning.
De dienstverlening die in ruil Woningnet de klant biedt is een wekelijkse
publicatie van verhuurbare woningen en beslissen over toewijzing op grond van
de regionale huisvestingsverordening. De telefonisch
hulpverlening heeft al sinds enkele jaren een bovengemiddeld gesprekstarief van
10 eurocent per minuut.
Uit navraag bij het BRU is gebleken dat de invoering van de verlengingskosten
voortkomt uit afspraken tussen Woningnet en de individuele gemeenten uit de
voormalige regio Midden. GroenLinks concludeert hieruit dat
het College met Woningnet heeft afgesproken dat de Utrechtse klanten van
Woningnet voortaan jaarlijks verlengingskosten moeten gaan betalen.
Een klein onderzoek van de inschrijfkosten bij de andere regio's waar Woningnet
actief is levert op dat alleen in de regio's Almere en Groningen de
inschrijfkosten ongunstiger zijn voor de woningzoekenden. In Amsterdam, Gooi en
Vecht, Lelystad, Gouda en Veenendaal zijn de kosten lager.
Wonen is een basisbehoefte. Het vinden van een woning moet volgens GroenLinks
zo min mogelijk belast zijn met bureaucratie en in rekening gebrachte kosten.
De monopoliepositie van Woningnet in de regio, en
feitelijk in een groot deel van het land lijkt tot een andere, verkeerde richting
te leiden. GroenLinks vraagt zich af in hoeverre de belangen van de
woningzoekende niet langzamerhand gemangeld gaan worden tussen de almacht van
Woningnet en de onmacht van gemeenten om tot een alternatief systeem voor
woningzoekenden te komen. Het vergt in ieder geval dat alle afspraken tussen
Woningnet en de gemeente openbaar zijn en helder geformuleerd.
De volgende vragen willen wij u stellen:
Bent u met ons van mening dat een woning een basisbehoefte is en
dat het zoeken er naar zo weinig mogelijk in de weg gestaan moet worden
door bureaucratie en kosten?
Antwoord B&W:
Ja.
Bent u met ons van mening dat een eigen bijdrage van
woningzoekenden aan het verlengen van de inschrijving gewoon geldklopperij
is?
Antwoord B&W:
Neen, de werkzaamheden worden bijna kostendekkend doorgerekend aan de
woningzoekende. Het betreft het gebruik van een geautomatiseerd systeem
voor een zo eerlijk mogelijk aanbod en toewijzing van woningen.
Op welk moment heeft uw College afspraken gemaakt met Woningnet
over het in rekening brengen bij de klanten van de zogenaamde
verlengingskosten?
Antwoord B&W:
Het college heeft hierover geen afspraken met WoningNet
gemaakt. Het in rekening brengen van de verlengingskosten vloeit voort uit
de wens van het Bestuur Regio Utrecht (BRU) om de kosten voor inschrijving
(en verlenging) in het gehele gebied gelijk te schakelen. Deze wens kon
bij de ontschotting van de drie deelgebieden per 1 april 2003 worden
geoperationaliseerd. Om deze wens te realiseren heeft WoningNet
op verzoek van het BRU overleg gevoerd over de hoogte van de tarieven met
de drie platforms van corporaties en enkele gemeenten in de voormalige
deelgebieden met het bekende resultaat.
Kan het College aangeven waarop het bedrag van negen euro per
jaar is gebaseerd? En is het College in staat ons toe te lichten hoe het
mogelijk is dat de klanten van Woningnet in vijf andere regio's goedkoper
uit zijn?
Antwoord B&W:
Dat in een vijftal andere regio's en gemeenten de klanten in dit opzicht
goedkoper uit zijn is een keuze van de corporaties. Ook wordt veelal in
elke regio een ander dienstenpakket door WoningNet
geleverd.
Op haar website vermeldt Woningnet dat de inschrijf- en
verlengingskosten gebaseerd zijn op het prijspeil van 1-4-2003. Kan het
College aangeven of deze kosten jaarlijks verhoogd gaan worden? Zo ja, via
de prijsindex of anders?
Antwoord B&W:
Het BRU heeft aangekondigd dat zij ernaar streeft dat de tarieven voor
inschrijving en voor de verlenging stapsgewijs gelijk getrokken worden.
Indexering is in beginsel jaarlijks mogelijk.
Maakt u zich met ons zorgen over de monopoliepositie
die Woningnet heeft en bent u daarom ook van mening dat alle afspraken met
de organisatie openbaar en helder moeten zijn?
Antwoord B&W:
De tarieven worden bepaald door de corporaties, veelal in overleg met de
gemeenten en Woningnet. In de jaarlijkse verantwoordingsrapportage, die WoningNetingevolge de
overeenkomst met de gemeente moet opstellen, worden alle werkzaamheden
verantwoord.
Tot welk moment is er een contract met Woningnet en is het
College het met ons eens dat er dan een openbare aanbesteding zou moeten
plaatsvinden?
Antwoord B&W:
Gezien bovenstaande beantwoording is dit niet aan de orde.
Bent u bereid met de woningcorporaties te bezien in hoeverre het
drempelbedrag van 9 euro kan verdwijnen?
Antwoord B&W:
Nee, wij zullen wel het BRU verzoeken met de corporaties en WoningNet jaarlijks de tariefstelling te bespreken.
Nieuwe vragen van de heer R.J.F.
Giesberts
(ingekomen 8 april 2004)
Deze week
mochten wij de antwoorden ontvangen op schriftelijke vragen over de eigen
bijdrage voor het verlengen van de inschrijving bij Woningnet. De beantwoording
is niet verhelderend.
In de regionale huisvestingsverordening 2004 van het BRU staat in artikel 2.4.1
bij lid 1.a.:
"Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter beschikking gekomen
woningen dragen burgemeester en wethouders zorg voor het aanleggen en bijhouden
van een register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een
huurwoning." Verder wordt uit alle artikelen duidelijk dat burgemeester en
wethouders verantwoordelijk zijn voor de inschrijving van woningzoekenden. In
Artikel 2.8.2. staat: "Burgemeester en wethouders
zijn bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te
mandateren aan eigenaren of groep van eigenaren van woonruimte." Hieruit
begrijpen wij dat de inschrijving van woningzoekenden gemandateerd is aan de
woningcorporaties. De woningcorporaties hebben op hun beurt weer de uitvoering
neergelegd bij Woningnet.
In uw beantwoording verwijst u ten aanzien van de bestuurlijke
verantwoordelijkheid naar het BRU. Gezien
voorafgaande lijkt ons dat niet juist. De regionale huisvestingsverordening
laat duidelijk zien dat de eindverantwoordelijkheid voor de toewijzing bij de
gemeentebesturen ligt. Niet bij het BRU.
De wijze waarop u naar het BRU verwijst, doet voorkomen alsof het BRU een
entiteit is waar we als gemeente geen invloed op hebben. Ook dat ook lijkt ons bezijden de realiteit. Utrecht maakt met twee wethouders en
de burgemeester deel uit van het dagelijks bestuur en
met tien raadsleden van het algemeen bestuur.
Het is vanuit deze feiten bezien zeer merkwaardig dat u op generlei
wijze de gemeenteraad heeft geïnformeerd over de start van het in rekening
brengen van de zogenaamde verlengingskosten. Het had in de rede gelegen dit wel
te doen.
Uw beantwoording is ook niet verhelderend over de relatie tussen de 9 euro
verlengingskosten en de kosten van Woningnet die daar tegenover staan. De verlenging
van inschrijving zal in de meeste gevallen hooguit een wijziging van belastbaar
inkomen met zich meebrengen. De relatie die u in uw antwoorden legt met de
kosten voor het gehele systeem ontgaat ons hierbij. We nemen aan dat met
betaling van de inschrijvingskosten (bij de eerste keer registratie) ook wordt
bijgedragen aan de kosten van het systeem. Tenzij er sprake is van een zeer
verouderd en onhandig systeem waarmee zelfs het doorvoeren van de kleinste
wijzigingen veel tijd is gemoeid. Wij kunnen ons dit niet voorstellen.
Uit reacties die de fractie van GroenLinks heeft ontvangen op de eerder
gestelde schriftelijke vragen over de verlengingskosten blijkt dat er veel
ontevredenheid is over Woningnet. Niet alleen de invoering van de
verlengingskosten maar ook de dienstverlening van Woningnet blijkt een bron van
ergernis te zijn. Over bijvoorbeeld de verplichte machtiging voor automatische
afschrijving werd meerdere malen geklaagd. Dit houdt zeker ook verband met de monopoliefunctie. Onze vragen daaromtrent
heeft u niet beantwoord.
We vragen ons in aanvulling daarop af, mede op grond van ontvangen reacties, of
Woningnet wel efficiënt genoeg werkt. Is de hoeveelheid gegevens die Woningnet
jaarlijks wil registreren niet te veel? En moet er per se jaarlijks geregistreerd worden? Inkomensgegevens doen er toch pas toe als de woningzoekende daadwerkelijk
voor een woning intekent? Door de administratie te beperken en meer te
concentreren op het moment dat de ingeschrevene intekent op een woning, kunnen
naar onze mening kosten worden bespaard.
De volgende vragen willen wij u stellen:
Is het college het met GroenLinks eens dat volgens de regionale
huisvestingsverordening uw College de eindverantwoordelijkheid heeft voor
de inschrijving van de Utrechtse woningzoekenden?
Antwoord B&W:
Ja.
Kunt u ons bevestigen dat Woningnet functioneert onder het regime
van de verordening en u als gemeentebestuur mede eindverantwoordelijk bent
voor de geleverde prestaties?
In de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen geeft het college
aan dat de invoering van de verlengingskosten plaatsvindt op verzoek van
het BRU. Woningnet werkt in opdracht van de
corporaties. De corporaties hebben het mandaat voor de inschrijving
gekregen van de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht neemt ook deel aan
het BRU.
Antwoord B&W: WoningNet voert de regels van de
huisvestingsverordening uit. Zij doen dit voor de gemeente Utrecht op
basis van een mandaat, dat door het college van B en W is verstrekt.
Is het college met GroenLinks van mening dat het op zijn minst
vreemd is dat een bestuursorgaan zoals het BRU pleit voor een
kostenverhoging waarvan de opbrengsten direct in de zakken van de
corporaties verdwijnen?
Antwoord B&W:
Het BRU heeft niet gepleit voor een kostenverhoging. Het BRU heeft zich
sterk gemaakt voor een gelijkschakeling van de tarieven, zowel voor de
inschrijving als voor de verlenging, alsmede
zowel voor internet als bij de fysieke balies. Deze tarieven liepen sterk
uiteen in de 23 gemeenten. Het zou voor de woningzoekende onlogisch zijn
geweest waarom in de ene gemeente niet en in de andere gemeente wel voor
inschrijving en verlenging betaald zou moeten worden en in het laatste
geval ook nog verschillende bedragen. Ook zou de woningzoekende met zijn
inschrijving kunnen gaan "shoppen". Bovendien
"verdwijnen de opbrengsten niet in de zakken van de
corporaties", maar vormen zij een vergoeding van door WoningNet verrichte taken ten behoeve van de
corporaties.
Heeft U op enigerlei wijze, via het BRU dan wel via de corporaties of
direct met Woningnet, er voor gepleit geen verlengingskosten in te voeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord B&W:
Bij de verzelfstandiging van de dienst Woonruimtezaken in (destijds)
Woonservice is afgesproken dat de bevoegdheid voor het vaststellen van de
inschrijfkosten bij de corporaties ligt. Er is overleg geweest met het BRU
en met de corporaties over de verlengingskosten. In veel gemeenten werden
echter reeds verlengingskosten (en
inschrijfkosten) gehanteerd. Omdat dit in de gemeente Utrecht niet het
geval was, is afgesproken dat de invoering van de verlengingskosten, niet
per 1 april 2003, doch per 1 januari 2004 zou plaatsvinden.
Kunt u ons toelichten waarom u de gemeenteraad niet heeft
geïnformeerd over de start met de verlengingskosten?
Antwoord B&W:
Over de gelijkschakeling van de tarieven voor inschrijving en verlenging
en de verhoging van de kosten voor Utrechtse woningzoekenden heeft het
College van B&W u schriftelijk op 5 maart 2003 (verzonden 18 maart
2003) in het kader van de ontschotting van de deelgebieden van het BRU per
1 april 2003 geïnformeerd.
Maakt u zich met ons zorgen over de monopoliepositie
die Woningnet?
Antwoord B&W:
Neen.
In uw eerdere beantwoording stelt u dat de kosten bijna
kostendekkend aan de woningzoekende worden doorberekend. In alle
voorgaande jaren kon de verlenging van de inschrijving wel kosteloos
plaatsvinden. Kunt u aangeven waar de kostenpost voor de verlenging van de
inschrijvingen van 4,5 ton euro voor Woningnet uit bestaat? Bent u bereid
hierbij ook een aan te geven welke kosten er zijn per inschrijving?
Antwoord B&W:
De kosten voor de woonruimteverdeling worden gedragen door de gemeenten en
de corporaties gezamenlijk. De opbrengsten van inschrijf- en
verlengingskosten zijn niet kostendekkend. Daarnaast hebben de corporaties
met WoningNet afspraken gemaakt over een
verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, zoals een betere
telefonische bereikbaarheid voor de woningzoekende. De inkomsten van de
verlenging van de inschrijving zullen hiertoe worden aangewend.
Hoe is het mogelijk dat de inschrijving in voorgaande jaren
kosteloos verlengd kon worden, terwijl daar nu schijnbaar 4,5 ton euro aan
besteed wordt?
Antwoord B&W:
Zie de beantwoording bij vraag 7. De inschrijving en verlenging zijn
overigens geen doel op zich, maar ook het actualiseren van de persoonlijke
gegevens van de woningzoekende en het opschonen
van het klantenbestand behoren daarbij. Uit een onderzoek inzake een kwaliteitsborging woningtoewijzing door PriceWaterhouseCoopers in 2002 is overigens gebleken
dat de woningtoewijzing van de woningen, die aan WoningNet
worden aangeboden, verloopt conform de daarvoor geldende procedures.
Bent u bereid ervoor zorg te dragen dat Woningnet op heldere en
publiekstoegankelijke wijze jaarlijks inzage biedt in wat zij doet voor de
bijdragen van de woningzoekenden?
Antwoord B&W: WoningNet legt jaarlijks verantwoording af van
de werkzaamheden die zij ingevolge de budget- en
subsidieovereenkomst voor de gemeente Utrecht uitvoeren.