NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Archief 2005 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2005 Herstructurering
Archief 2005 Huurbeleid
Archief 2005 Woningtekort
Archief 2006 Utrecht Vernieuwt!
Archief 2006 Huurbeleid
Archief 2006 Herstructurering
Archief Wijkgericht werken
Archief 2007 Herstructurering
Archief Wonen, zorg en welzijn
Archief 2007 Utrecht vernieuwt!
Archief Woningtekort
Corporaties & leefbaarheid
Archief 2009 Huurbeleid
Archief Energiebesparing
Archief Bewonersorganisaties
Archief 2008 Herstructurering
Archief 2008 Woningtekort
Archief Woningverdeling
Woningbouw en kredietcrisis







 
Home > Nieuws > Dossier Archief > Archief Woningverdeling  > Verlenging inschrijving Woningnet niet meer gratis

Gemeenteraad, 10 maart 2004

Verlenging inschrijving Woningnet niet meer gratis

Sinds 1 januari 2004 moeten Utrechtse woningzoekenden voor de jaarlijkse verlenging van de inschrijving bij Woningnet een bedrag van negen euro betalen, daarvoor was dit gratis. De raadsleden Giesberts en Schuring stelden vragen hierover.

In Utrecht stonden op de laatste dag van het vierde kwartaal van 2003 49.850 woningzoekenden ingeschreven. Zij moeten hun inschrijving jaarlijks verlengen. Een kleine rekensom levert op dat Woningnet sinds 1 januari 2004 jaarlijks bijna 4½ ton (49.850 x 9 euro = 448.650 euro) extra int.
Het duurt gemiddeld zo'n vijf jaar voordat een starter op de Utrechtse woningmarkt in aanmerking komt voor een woning. Dit betekent dat Woningnet gemiddeld 75 euro (30 euro inschrijfkosten + 5 jaar verlengen) van elke klant ontvangt voordat er perspectief is voor de klant op een woning.
De dienstverlening die in ruil Woningnet de klant biedt is een wekelijkse publicatie van verhuurbare woningen en beslissen over toewijzing op grond van de regionale huisvestingsverordening. De telefonisch hulpverlening heeft al sinds enkele jaren een bovengemiddeld gesprekstarief van 10 eurocent per minuut.

Uit navraag bij het BRU is gebleken dat de invoering van de verlengingskosten voortkomt uit afspraken tussen Woningnet en de individuele gemeenten uit de voormalige regio Midden. GroenLinks concludeert hieruit dat het College met Woningnet heeft afgesproken dat de Utrechtse klanten van Woningnet voortaan jaarlijks verlengingskosten moeten gaan betalen.

Een klein onderzoek van de inschrijfkosten bij de andere regio's waar Woningnet actief is levert op dat alleen in de regio's Almere en Groningen de inschrijfkosten ongunstiger zijn voor de woningzoekenden. In Amsterdam, Gooi en Vecht, Lelystad, Gouda en Veenendaal zijn de kosten lager.

Wonen is een basisbehoefte. Het vinden van een woning moet volgens GroenLinks zo min mogelijk belast zijn met bureaucratie en in rekening gebrachte kosten. De monopoliepositie van Woningnet in de regio, en feitelijk in een groot deel van het land lijkt tot een andere, verkeerde richting te leiden. GroenLinks vraagt zich af in hoeverre de belangen van de woningzoekende niet langzamerhand gemangeld gaan worden tussen de almacht van Woningnet en de onmacht van gemeenten om tot een alternatief systeem voor woningzoekenden te komen. Het vergt in ieder geval dat alle afspraken tussen Woningnet en de gemeente openbaar zijn en helder geformuleerd.

De volgende vragen willen wij u stellen:

  1. Bent u met ons van mening dat een woning een basisbehoefte is en dat het zoeken er naar zo weinig mogelijk in de weg gestaan moet worden door bureaucratie en kosten?

    Antwoord B&W:
    Ja.
     
  2. Bent u met ons van mening dat een eigen bijdrage van woningzoekenden aan het verlengen van de inschrijving gewoon geldklopperij is?

    Antwoord B&W:
    Neen, de werkzaamheden worden bijna kostendekkend doorgerekend aan de woningzoekende. Het betreft het gebruik van een geautomatiseerd systeem voor een zo eerlijk mogelijk aanbod en toewijzing van woningen.
     
  3. Op welk moment heeft uw College afspraken gemaakt met Woningnet over het in rekening brengen bij de klanten van de zogenaamde verlengingskosten?

    Antwoord B&W:
    Het college heeft hierover geen afspraken met WoningNet gemaakt. Het in rekening brengen van de verlengingskosten vloeit voort uit de wens van het Bestuur Regio Utrecht (BRU) om de kosten voor inschrijving (en verlenging) in het gehele gebied gelijk te schakelen. Deze wens kon bij de ontschotting van de drie deelgebieden per 1 april 2003 worden geoperationaliseerd. Om deze wens te realiseren heeft WoningNet op verzoek van het BRU overleg gevoerd over de hoogte van de tarieven met de drie platforms van corporaties en enkele gemeenten in de voormalige deelgebieden met het bekende resultaat.
     
  4. Kan het College aangeven waarop het bedrag van negen euro per jaar is gebaseerd? En is het College in staat ons toe te lichten hoe het mogelijk is dat de klanten van Woningnet in vijf andere regio's goedkoper uit zijn?

    Antwoord B&W:
    Dat in een vijftal andere regio's en gemeenten de klanten in dit opzicht goedkoper uit zijn is een keuze van de corporaties. Ook wordt veelal in elke regio een ander dienstenpakket door WoningNet geleverd.
     
  5. Op haar website vermeldt Woningnet dat de inschrijf- en verlengingskosten gebaseerd zijn op het prijspeil van 1-4-2003. Kan het College aangeven of deze kosten jaarlijks verhoogd gaan worden? Zo ja, via de prijsindex of anders?

    Antwoord B&W:
    Het BRU heeft aangekondigd dat zij ernaar streeft dat de tarieven voor inschrijving en voor de verlenging stapsgewijs gelijk getrokken worden. Indexering is in beginsel jaarlijks mogelijk.
     
  6. Maakt u zich met ons zorgen over de monopoliepositie die Woningnet heeft en bent u daarom ook van mening dat alle afspraken met de organisatie openbaar en helder moeten zijn?

    Antwoord B&W:
    De tarieven worden bepaald door de corporaties, veelal in overleg met de gemeenten en Woningnet. In de jaarlijkse verantwoordingsrapportage, die WoningNet ingevolge de overeenkomst met de gemeente moet opstellen, worden alle werkzaamheden verantwoord.
     
  7. Tot welk moment is er een contract met Woningnet en is het College het met ons eens dat er dan een openbare aanbesteding zou moeten plaatsvinden?

    Antwoord B&W:
    Gezien bovenstaande beantwoording is dit niet aan de orde.
     
  8. Bent u bereid met de woningcorporaties te bezien in hoeverre het drempelbedrag van 9 euro kan verdwijnen?

    Antwoord B&W:
    Nee, wij zullen wel het BRU verzoeken met de corporaties en WoningNet jaarlijks de tariefstelling te bespreken.

Nieuwe vragen van de heer R.J.F. Giesberts

(ingekomen 8 april 2004)

Deze week mochten wij de antwoorden ontvangen op schriftelijke vragen over de eigen bijdrage voor het verlengen van de inschrijving bij Woningnet. De beantwoording is niet verhelderend.

In de regionale huisvestingsverordening 2004 van het BRU staat in artikel 2.4.1 bij lid 1.a.:
"Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter beschikking gekomen woningen dragen burgemeester en wethouders zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een huurwoning." Verder wordt uit alle artikelen duidelijk dat burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor de inschrijving van woningzoekenden. In Artikel 2.8.2. staat: "Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren aan eigenaren of groep van eigenaren van woonruimte." Hieruit begrijpen wij dat de inschrijving van woningzoekenden gemandateerd is aan de woningcorporaties. De woningcorporaties hebben op hun beurt weer de uitvoering neergelegd bij Woningnet.
In uw beantwoording verwijst u ten aanzien van de bestuurlijke verantwoordelijkheid naar het BRU. Gezien voorafgaande lijkt ons dat niet juist. De regionale huisvestingsverordening laat duidelijk zien dat de eindverantwoordelijkheid voor de toewijzing bij de gemeentebesturen ligt. Niet bij het BRU.
De wijze waarop u naar het BRU verwijst, doet voorkomen alsof het BRU een entiteit is waar we als gemeente geen invloed op hebben. Ook dat ook lijkt ons bezijden de realiteit. Utrecht maakt met twee wethouders en de burgemeester deel uit van het dagelijks bestuur en met tien raadsleden van het algemeen bestuur.
Het is vanuit deze feiten bezien zeer merkwaardig dat u op generlei wijze de gemeenteraad heeft geïnformeerd over de start van het in rekening brengen van de zogenaamde verlengingskosten. Het had in de rede gelegen dit wel te doen.

Uw beantwoording is ook niet verhelderend over de relatie tussen de 9 euro verlengingskosten en de kosten van Woningnet die daar tegenover staan. De verlenging van inschrijving zal in de meeste gevallen hooguit een wijziging van belastbaar inkomen met zich meebrengen. De relatie die u in uw antwoorden legt met de kosten voor het gehele systeem ontgaat ons hierbij. We nemen aan dat met betaling van de inschrijvingskosten (bij de eerste keer registratie) ook wordt bijgedragen aan de kosten van het systeem. Tenzij er sprake is van een zeer verouderd en onhandig systeem waarmee zelfs het doorvoeren van de kleinste wijzigingen veel tijd is gemoeid. Wij kunnen ons dit niet voorstellen.

Uit reacties die de fractie van GroenLinks heeft ontvangen op de eerder gestelde schriftelijke vragen over de verlengingskosten blijkt dat er veel ontevredenheid is over Woningnet. Niet alleen de invoering van de verlengingskosten maar ook de dienstverlening van Woningnet blijkt een bron van ergernis te zijn. Over bijvoorbeeld de verplichte machtiging voor automatische afschrijving werd meerdere malen geklaagd. Dit houdt zeker ook verband met de monopoliefunctie. Onze vragen daaromtrent heeft u niet beantwoord.
We vragen ons in aanvulling daarop af, mede op grond van ontvangen reacties, of Woningnet wel efficiënt genoeg werkt. Is de hoeveelheid gegevens die Woningnet jaarlijks wil registreren niet te veel? En moet er per se jaarlijks geregistreerd worden? Inkomensgegevens doen er toch pas toe als de woningzoekende daadwerkelijk voor een woning intekent? Door de administratie te beperken en meer te concentreren op het moment dat de ingeschrevene intekent op een woning, kunnen naar onze mening kosten worden bespaard.

De volgende vragen willen wij u stellen:

  1. Is het college het met GroenLinks eens dat volgens de regionale huisvestingsverordening uw College de eindverantwoordelijkheid heeft voor de inschrijving van de Utrechtse woningzoekenden?

    Antwoord B&W:
    Ja.
     
  2. Kunt u ons bevestigen dat Woningnet functioneert onder het regime van de verordening en u als gemeentebestuur mede eindverantwoordelijk bent voor de geleverde prestaties?

    In de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen geeft het college aan dat de invoering van de verlengingskosten plaatsvindt op verzoek van het BRU. Woningnet werkt in opdracht van de corporaties. De corporaties hebben het mandaat voor de inschrijving gekregen van de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht neemt ook deel aan het BRU.

    Antwoord B&W:
    WoningNet voert de regels van de huisvestingsverordening uit. Zij doen dit voor de gemeente Utrecht op basis van een mandaat, dat door het college van B en W is verstrekt.
     
  3. Is het college met GroenLinks van mening dat het op zijn minst vreemd is dat een bestuursorgaan zoals het BRU pleit voor een kostenverhoging waarvan de opbrengsten direct in de zakken van de corporaties verdwijnen?

    Antwoord B&W:
    Het BRU heeft niet gepleit voor een kostenverhoging. Het BRU heeft zich sterk gemaakt voor een gelijkschakeling van de tarieven, zowel voor de inschrijving als voor de verlenging, alsmede zowel voor internet als bij de fysieke balies. Deze tarieven liepen sterk uiteen in de 23 gemeenten. Het zou voor de woningzoekende onlogisch zijn geweest waarom in de ene gemeente niet en in de andere gemeente wel voor inschrijving en verlenging betaald zou moeten worden en in het laatste geval ook nog verschillende bedragen. Ook zou de woningzoekende met zijn inschrijving kunnen gaan "shoppen". Bovendien "verdwijnen de opbrengsten niet in de zakken van de corporaties", maar vormen zij een vergoeding van door WoningNet verrichte taken ten behoeve van de corporaties.
     
  4. Heeft U op enigerlei wijze, via het BRU dan wel via de corporaties of direct met Woningnet, er voor gepleit geen verlengingskosten in te voeren? Zo nee, waarom niet?

    Antwoord B&W:
    Bij de verzelfstandiging van de dienst Woonruimtezaken in (destijds) Woonservice is afgesproken dat de bevoegdheid voor het vaststellen van de inschrijfkosten bij de corporaties ligt. Er is overleg geweest met het BRU en met de corporaties over de verlengingskosten. In veel gemeenten werden echter reeds verlengingskosten (en inschrijfkosten) gehanteerd. Omdat dit in de gemeente Utrecht niet het geval was, is afgesproken dat de invoering van de verlengingskosten, niet per 1 april 2003, doch per 1 januari 2004 zou plaatsvinden.
     
  5. Kunt u ons toelichten waarom u de gemeenteraad niet heeft geïnformeerd over de start met de verlengingskosten?

    Antwoord B&W:
    Over de gelijkschakeling van de tarieven voor inschrijving en verlenging en de verhoging van de kosten voor Utrechtse woningzoekenden heeft het College van B&W u schriftelijk op 5 maart 2003 (verzonden 18 maart 2003) in het kader van de ontschotting van de deelgebieden van het BRU per 1 april 2003 geïnformeerd.
     
  6. Maakt u zich met ons zorgen over de monopoliepositie die Woningnet?

    Antwoord B&W:
    Neen.
     
  7. In uw eerdere beantwoording stelt u dat de kosten bijna kostendekkend aan de woningzoekende worden doorberekend. In alle voorgaande jaren kon de verlenging van de inschrijving wel kosteloos plaatsvinden. Kunt u aangeven waar de kostenpost voor de verlenging van de inschrijvingen van 4,5 ton euro voor Woningnet uit bestaat? Bent u bereid hierbij ook een aan te geven welke kosten er zijn per inschrijving?

    Antwoord B&W:
    De kosten voor de woonruimteverdeling worden gedragen door de gemeenten en de corporaties gezamenlijk. De opbrengsten van inschrijf- en verlengingskosten zijn niet kostendekkend. Daarnaast hebben de corporaties met WoningNet afspraken gemaakt over een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, zoals een betere telefonische bereikbaarheid voor de woningzoekende. De inkomsten van de verlenging van de inschrijving zullen hiertoe worden aangewend.
     
  8. Hoe is het mogelijk dat de inschrijving in voorgaande jaren kosteloos verlengd kon worden, terwijl daar nu schijnbaar 4,5 ton euro aan besteed wordt?

    Antwoord B&W:
    Zie de beantwoording bij vraag 7. De inschrijving en verlenging zijn overigens geen doel op zich, maar ook het actualiseren van de persoonlijke gegevens van de woningzoekende en het opschonen van het klantenbestand behoren daarbij. Uit een onderzoek inzake een kwaliteitsborging woningtoewijzing door PriceWaterhouseCoopers in 2002 is overigens gebleken dat de woningtoewijzing van de woningen, die aan WoningNet worden aangeboden, verloopt conform de daarvoor geldende procedures.
     
  9. Bent u bereid ervoor zorg te dragen dat Woningnet op heldere en publiekstoegankelijke wijze jaarlijks inzage biedt in wat zij doet voor de bijdragen van de woningzoekenden?

    Antwoord B&W:
    WoningNet legt jaarlijks verantwoording af van de werkzaamheden die zij ingevolge de budget- en subsidieovereenkomst voor de gemeente Utrecht uitvoeren.

 

 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies