Een werkgroep van corporaties en gemeenten wil de passendheidseisen voor het toewijzen van een woning laten vervallen. Dat betekent dat er geen inkomenseisen worden gesteld voor het toewijzen van een goedkope woning, en dat een klein huishouden zich ook voor een grote woning kan opgeven.
Reacties
· Uitslag
stelling over woningtoewijzing
· RHB
kritisch over voorstellen werkgroep
De Werkgroep Woonruimteverdeling Utrecht bestaat uit vertegenwoordigers van de
gemeente Utrecht, de Utrechtse en regionale woningcorporaties, de Provincie,
het BRU en WoningNet. De werkgroep woonruimteverdeling formuleert voorstellen
voor een mogelijke wijziging van het systeem van woonruimteverdeling. Zij
informeert gemeenten, corporaties en bewonersorganisaties tussentijds over haar
vorderingen, om de uitgangspunten van de werkgroep breder bespreekbaar te
maken. Deze uitgangspunten betreffen een denkrichting met basisprincipes, die
nog getoetst zullen moeten worden aan de opvattingen van andere betrokkenen en
aan de provinciale regels.
De Werkgroep ziet - net als Provincie Utrecht - de gehele provincie als één
woningmarkt en wil de keuzevrijheid van de woningzoekenden zo groot mogelijk te
laten zijn. Op grond van de voortdurende schaarste zal echter wel voor het
gehele woningmarktgebied een bindingseis worden gesteld. Ook heeft de werkgroep
een voorkeur voor een "aanbodmodel". Daarmee kan men beter zicht
hebben op de woningbehoefte en over een mogelijkheid beschikken om iets te
kunnen "sturen". Bij de keuze voor een aanbodmodel worden andere
mogelijkheden voor een gedeelte van het aanbod niet uitgesloten. Zo kan
bijvoorbeeld een gedeelte van het aanbod via loting worden verdeeld of een
gedeelte via een optiemodel.
Toelating/Inschrijving
De werkgroep is de
opvatting toegedaan dat de toelating tot de woningmarkt (bindingseis) geschiedt
op basis van inschrijving. Daarbij geldt als uitgangspunt dat inschrijving moet
leiden tot toewijzing. Er kunnen na inschrijving geen extra eisen worden
gesteld. Indien een woningzoekende voldoet aan de inschrijfcriteria dient de
inschrijving op enig moment te leiden tot een toewijzing, ook al zal dat
mogelijk enige tijd duren. Er kunnen in de opvatting van de werkgroep geen
extra eisen worden gesteld, die de feitelijke toewijzing uitsluiten. Wel worden
er toewijzingscriteria gehanteerd.
Toewijzingscriteria
Bij het huidige systeem
wordt gebruik gemaakt van verschillende toewijzingscriteria. Daarbij gaat het
om de verhouding tussen het inkomen en de huurprijs van de woning; de
huur-inkomentabel, de grootte van het huishouden in verhouding tot het aantal
kamers van de woonruimte; woonbezetting/huishoudensgrootte en de leeftijd. De
werkgroep is van mening dat de dynamiek op de woningmarkt sterk wordt vergroot
als er zo weinig mogelijk regels en beperkingen zijn. Dit heeft tevens tot
gevolg dat de eigen keuze voor woonruimte gevolgd kan worden. De huidige
criteria zijn in de werkgroep besproken. Dat heeft de volgende uitgangspunten
opgeleverd;
Huur-inkomen
Er zal in het nieuwe
systeem geen gebruik meer worden gemaakt van een huur-inkomentabel. Binnen de
grenzen van het Huursubsidiebeleid kan iedere woningzoekende reageren op de
beschikbare woonruimte, ongeacht de huurprijs. Zo kunnen woningzoekenden uit
verschillende inkomensgroepen uit vrijwel het gehele woningbestand kiezen.
Bij discussies over dit punt komt vaak naar voren dat dit zal leiden tot een
groter beslag op de huursubsidie. Inmiddels is uit evaluaties uit andere
woningmarktgebieden (KAN-gebied en Castricum e.o.) gebleken dat het loslaten van
dit criterium leidt tot:
- minder aanvragen voor IHS, maar per aanvraag wel een hoger bedrag
- bevordering van de heterogeniteit van de wijken en buurten
- er geen verdringing van de doelgroep van beleid optreedt
- verkorting van de wachttijd voor verschillende groepen oplevert
De werkgroep vindt het van
groot belang dat de lage inkomensgroepen ('doelgroep van beleid') even veel
kans heeft om een woning toegewezen te krijgen als andere groepen
woningzoekenden. Indien uit monitoring zou blijken dat deze groep wordt
verdrongen, dan moeten er mogelijkheden zijn om tijdelijk andere maatregelen te
treffen.
Woonbezetting/huishoudensgrootte
In het nieuwe systeem zal
geen gebruik meer worden gemaakt van het criterium
woonbezetting/huishoudensgrootte. Ieder woningzoekende kan reageren op de
beschikbare woonruimte, ongeacht de omvang van het huishouden en het aantal
kamers van de woonruimte.
Bij discussies over dit punt komt vaak naar voren dat daardoor
eenpersoonshuishoudens een vier of zelfs een vijfkamerwoning kunnen betrekken.
Dat is inderdaad mogelijk. Ook wordt vaak gezegd dat een huishouden van meer
dan zes personen dan kan kiezen voor een eenkamerwoning. In dergelijke
situaties kan de verhuurder weigeren een overeenkomst te sluiten. Indien er
problemen zouden ontstaan bij de huisvesting van grote huishoudens zal ad hoc
een oplossing worden gezocht. De afgelopen vier jaar bleek in de stad Utrecht
de behoefte aan grote woningen voor grote huishoudens gering te zijn (11
huishoudens).
Vervolgstappen
De Werkgroep verwacht
binnenkort een concreet voorstel te doen voor een ander systeem van
woonruimteverdeling. Met dat voorstel willen zij stimuleren, dat er een brede
discussie ontstaat op basis waarvan de huidige systematiek kan worden
gewijzigd. Via het gebruikelijke overleg over woonruimteverdeling zal er dan
over deze voorstellen een besluit genomen kunnen worden.
Lees verder:
· Volledige brief Werkgroep Woonruimte Utrecht, 1 maart 2004
(Word-document)
· Brief start Werkgroep, 27 november 2003
(Word-document)