NieuwsVechtkrantVraagbaakLinksIngezondenDeze siteZoeken

 
Veiligheid
Integrale wijkontwikkeling
Wonen, zorg en welzijn
Utrecht Vernieuwt!
Sociale samenhang
Energiebesparing
Wijkenaanpak Landelijk
Huurbeleid
Doelgroepen corporaties







 
Home > Nieuws > Dossiers > Huurbeleid > Totale woonlasten stijgen even hard als netto inkomen

VROM, 22 maart 2010

Dossier: Huurbeleid

Woononderzoek Nederland 2009

Totale woonlasten stijgen even hard als netto inkomen

In 2009 hebben huurders, na verrekening van de huurtoeslag, 23 procent van hun netto besteedbaar inkomen uitgegeven aan huur. In 2006 was dit 24 procent. Inclusief bijkomende woonlasten zoals energielasten en diverse heffingen besteden huurders 37 procent van hun inkomen aan wonen. Dit komt neer op 600 euro per maand.

Woningeigenaren hebben in diezelfde periode 16 procent van hun inkomen besteed aan hypotheeklasten. Dit is gelijk aan 2006. De totale maandelijkse woonuitgaven inclusief bijkomende woonlasten, waaronder energielasten, onroerendezaakbelasting en heffingen, en exclusief onderhoud, bedragen voor woningeigenaren 810 euro per maand. Dit is iets meer dan een kwart van het netto besteedbaar inkomen. De kosten voor energie zijn voor alle bewoners gemiddeld met 30 procent toegenomen. Gecombineerd met de overige wijzigingen in de woonlasten is het aandeel van de woonlasten in het inkomen in 2009 nagenoeg gelijk aan het aandeel in 2006.

Huurders besteden een groter deel van het inkomen aan huur (23 procent) dan woningeigenaren aan de hypotheek (16 procent). Dit komt voor een belangrijk deel door het verschil in gemiddeld inkomen tussen huurders en woningeigenaren. De percentages liggen per inkomensklasse veel minder ver uit elkaar. Naarmate het inkomen hoger is, geeft men van iedere verdiende euro een kleiner deel uit aan wonen. Dit gegeven, samen met het feit dat huishoudens met een hoger inkomen vaker woningeigenaar zijn, verklaren dat woningeigenaren een kleiner deel van het inkomen besteden aan de hypotheek dan huurders aan huur.

 

Tabel 1 . Woonlasten en woonquote huurders

 

2006

2009

 

Mutatie t.ov. 2009

 

euro

 

 

%

 

 

 

 

 

Bruto woonuitgaven

410

440

 

7

Netto woonuitgaven

360

390

 

6

Bijkomende woonuitgaven

180

210

 

20

Totale woonuitgaven

540

600

 

10

Gemiddeld netto besteedbaar jaarinkomen

20 570

23 200

 

13

 

 

 

 

 

 

%

%

 

%

Netto huurquote1)

24%

23%

 

-4

Totale woonquote huursector

36%

37%

 

1

Macro huurquote2)

21%

20%

 

-4

1) Dit is de huurquote volgens de microbenadering en is berekend door eerst per huishouden de quote te berekenen en de quotes vervolgens te middelen. 
2) De huurquote volgens de marobenadering wordt berekend door de gemiddelde jaarlijkse netto woonuitgaven te delen door het gemiddelde netto besteedbaar inkomen.
Bron: VROM/CBS

Tabel 2: Woonlasten en woonquote eigenaren

 

2006

2009

 

Mutatie t.ov. 2009

 

euro

 

 

%

 

 

 

 

 

Bruto woonuitgaven

600

690

 

15

Netto woonuitgaven

430

490

 

15

Bijkomende woonuitgaven

240

310

 

32

Totale woonuitgaven

680

810

 

21

Gemiddeld netto besteedbaar jaarinkomen

 36 800

43 300

 

18

 

 

 

 

 

 

%

%

 

%

Netto koopquote

16%

16%

 

-1

Totale woonquote koopsector

25%

26%

 

5

Bron: VRO

 

 
Home | Print | Colofon | Contact | StadeAdvies