In 2009 hebben huurders, na verrekening van de huurtoeslag, 23 procent van hun netto besteedbaar inkomen uitgegeven aan huur. In 2006 was dit 24 procent. Inclusief bijkomende woonlasten zoals energielasten en diverse heffingen besteden huurders 37 procent van hun inkomen aan wonen. Dit komt neer op 600 euro per maand.
Woningeigenaren hebben in
diezelfde periode 16 procent van hun inkomen besteed aan hypotheeklasten. Dit
is gelijk aan 2006. De totale maandelijkse woonuitgaven inclusief bijkomende
woonlasten, waaronder energielasten, onroerendezaakbelasting
en heffingen, en exclusief onderhoud, bedragen voor woningeigenaren 810 euro
per maand. Dit is iets meer dan een kwart van het netto besteedbaar inkomen. De
kosten voor energie zijn voor alle bewoners gemiddeld met 30 procent
toegenomen. Gecombineerd met de overige wijzigingen in de woonlasten is het
aandeel van de woonlasten in het inkomen in 2009 nagenoeg gelijk aan het
aandeel in 2006.
Huurders besteden een groter deel
van het inkomen aan huur (23 procent) dan woningeigenaren aan de hypotheek (16 procent).
Dit komt voor een belangrijk deel door het verschil in gemiddeld inkomen tussen
huurders en woningeigenaren. De percentages liggen per inkomensklasse veel
minder ver uit elkaar. Naarmate het inkomen hoger is, geeft men van iedere
verdiende euro een kleiner deel uit aan wonen. Dit gegeven, samen met het feit
dat huishoudens met een hoger inkomen vaker woningeigenaar zijn, verklaren dat
woningeigenaren een kleiner deel van het inkomen besteden aan de hypotheek dan
huurders aan huur.
Tabel 1 . Woonlasten en woonquote
huurders
|
|
2006
|
2009
|
|
Mutatie
t.ov. 2009
|
|
|
euro
|
|
|
%
|
|
|
|
|
|
|
|
Bruto
woonuitgaven
|
410
|
440
|
|
7
|
|
Netto
woonuitgaven
|
360
|
390
|
|
6
|
|
Bijkomende
woonuitgaven
|
180
|
210
|
|
20
|
|
Totale
woonuitgaven
|
540
|
600
|
|
10
|
|
Gemiddeld
netto besteedbaar jaarinkomen
|
20
570
|
23
200
|
|
13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
%
|
%
|
|
%
|
|
Netto
huurquote1)
|
24%
|
23%
|
|
-4
|
|
Totale
woonquote huursector
|
36%
|
37%
|
|
1
|
|
Macro
huurquote2)
|
21%
|
20%
|
|
-4
|
1) Dit is de
huurquote volgens de microbenadering en is berekend door eerst per huishouden
de quote te berekenen en de quotes vervolgens te
middelen.
2) De huurquote volgens de marobenadering wordt
berekend door de gemiddelde jaarlijkse netto woonuitgaven te delen door het
gemiddelde netto besteedbaar inkomen.
Bron: VROM/CBS
Tabel 2: Woonlasten en woonquote eigenaren
|
|
2006
|
2009
|
|
Mutatie
t.ov. 2009
|
|
|
euro
|
|
|
%
|
|
|
|
|
|
|
|
Bruto
woonuitgaven
|
600
|
690
|
|
15
|
|
Netto
woonuitgaven
|
430
|
490
|
|
15
|
|
Bijkomende
woonuitgaven
|
240
|
310
|
|
32
|
|
Totale
woonuitgaven
|
680
|
810
|
|
21
|
|
Gemiddeld
netto besteedbaar jaarinkomen
|
36
800
|
43
300
|
|
18
|
|
|
|
|
|
|
|
|
%
|
%
|
|
%
|
|
Netto
koopquote
|
16%
|
16%
|
|
-1
|
|
Totale
woonquote koopsector
|
25%
|
26%
|
|
5
|
Bron: VRO