|
De minister toverde na de
voorwaarde van het CDA een konijn uit de hoed: ze presenteerde 'aanvullende
voorstellen' waarin het besluit over de huurliberalisatie afhankelijk gemaakt
wordt van het terugdringen van het tekort aan huurwoningen. Dit was voor het
CDA voldoende om akkoord te gaan met de voorstellen van Dekker voor forse
huurverhogingen, die de komende jaren vooruitlopend op de formele
huurliberalisatie al zullen komen. Het protest van de huurdersorganisaties
heeft helaas nog niet voldoende effect gehad.
Huurplafond
Op 8 maart vielen alle
oppositiepartijen over Dekker heen, bij de discussie in de Vaste Commissie
Volkshuisvesting van de Tweede Kamer. De linkse partijen wezen op de grote huurstijgingen
die vooral de mensen tussen de inkomensgrens voor de huursubsidie en
anderhalf keer modaal te wachten staan. Dekker wil voor de huurverhogingen in
het 'overgangsgebied' (zie toelichting in kader) een plafond inbouwen door de
bepaling dat de jaarhuur niet meer dan 5,4% van de waarde volgens de WOZ-taxatie mag zijn. Maar de Woonbond had al
voorgerekend dat dit weinig bescherming geeft.
Aedes had vooraf bezwaar gemaakt tegen dit
huurplafond. Daarvoor toonden de regeringsfracties en Dekker zich wel
gevoelig: van de corporaties hoopt de minister immers een bijdrage 250
miljoen per jaar te ontvangen om haar begrotingstekort mee te dichten. Zij
waren bereid de methodiek om het huurplafond te berekenen aan te passen,
wanneer de uitkomsten gemiddeld maar hetzelfde zouden zijn.
De discussie is echter nog niet afgerond. Over het huurbeleid op langere
termijn komt in april nog een voltallige discussie in de Tweede Kamer.
Huurverhoging van 1 juli
De uitgangspunten voor de
huurverhoging per 1 juli zijn niet meer gewijzigd. De huurverhoging mag dus
niet meer worden dan 2,7%, en bij woningcorporaties is een maximum van 1,6%
voor de gemiddelde huurverhoging over het hele woningbezit. Als de huur onder
de 200 euro ligt en minder dan 50% van de maximale huur bedraagt, kan een
huurverhoging van maximaal € 25,- worden gevraagd.
Over de motiveringsplicht zal nog gesproken worden. In de huidige voorstellen
hoeft de corporatie pas bij een huurverhoging boven de 2,8% te motiveren
waarom deze nodig is.
De Andere Beweging
Ondertussen gaat de
discussie in corporatieland verder. De groep corporaties die het
10-puntenplan van 'De Andere Beweging' heeft opgesteld (zie de Vechtkrant van
januari 2005) is gegroeid tot 40 verhuurders. Zij bekritiseren het
marktdenken onder sommige corporaties en pleiten voor een ruimere definitie
van de doelgroep. Zij stellen dat de groep met een inkomen 'tussen
huursubsidiegrens en modaal' zich bij huurliberalisatie niet tegen de grote
huurverhogingen kunnen verweren en kind worden van de rekening van de
bijdrage aan de begrotingstekorten van Dekker. De groep tot anderhalf keer
modaal kan zich geen koopwoning veroorloven en heeft dus geen alternatief.
Aedes leverde hier weer scherpe kritiek op. Volgens
Aedes legt 'De Andere
Beweging' zich te snel neer bij de rekening van 250 miljoen (Aedes zegt hier zelf formeel nog niet mee ingestemd te
hebben), en kunnen mensen met anderhalf keer modaal zich best een koopwoning
veroorloven. Verder blijft Aedes uitgaan van de
goede intenties van corporaties die geen grote huurverhogingen zullen vragen
waar dat niet kan. De vraag blijft waar de corporaties dan die 250 miljoen
vandaan moeten halen, of Aedes moet echt denken dat
ze deze heffing nog kan voorkomen.
|
Uit de huurplannen van Dekker
De WOZ-waarde
is de waarde van een woning volgens de gemeentelijke taxatie in het kader van
de Wet Onroerende Zaakbelasting.
De liberalisatiegrens wordt uitgedrukt in een bepaalde WOZ-waarde,
die per regio kan variëren. Voor Utrecht was die voorlopig vastgesteld op
130.000 euro (prijspeil 1-1-1999). Deze grens moet nog definitief worden
vastgesteld (prijspeil 1-1-2003) maar zal zo worden gekozen dat 25% van de
huurwoningen boven deze grens komt.
In haar plannen voor een nieuw huurbeleid onderscheidt minister Dekker 3 categorieën
huurwoningen:
1.
geliberaliseerd gebied, voorlopig bestaat deze uit de
woningen waarvan de huren al vrijgegeven zijn (5% van de voorraad);
2.
gereguleerd gebied, dit zijn de woningen met een WOZ-waarde beneden de liberalisatiegrens (75% van de
voorraad) die voor de huurders met een inkomen beneden de ziekenfondsgrens
bedoeld zijn;
3.
overgangsgebied, dit zijn woningen met een WOZ-waarde boven de liberalisatiegrens, waarvan de huren
pas worden vrijgegeven wanneer het woningtekort voldoende is afgenomen (20%
van de huurwoningen).
Voor de woningen in het
overgangsgebied wil Dekker de komende jaren ruime huurverhogingen mogelijk
maken: in 1006 2% boven de inflatie, in 2007 3% boven de inflatie,
enzovoorts. Bij wijze van bescherming wordt een maximum voor de jaarhuur
voorgesteld van 5,4% van de WOZ-waarde. Dit maximum
blijft gelden zolang het woningtekort nog te hoog is. Dekker wil het huidige
woningtekort van 2,5% terug brengen tot 2,0% in 2008 en 1,5% in 2010. Het
woningtekort in de regio Utrecht bedraagt nu meer dan 6% dus pak weg de
eerste 10 jaar geldt dit maximum in Utrecht nog wel, mits Dekker het tekort
per regio bekijkt.
De huurverhogingen in het gereguleerde gebied liggen iets lager. Voor 2006 is
gesproken over een maximale verhoging gelijk aan de inflatie plus 1,5%, voor
2007 2,5% boven de inflatie, enzovoorts. Bovendien geldt daar voor de
corporaties nog een maximale huursomstijging van inflatie plus 0,8% in 2006
en inflatie plus 1,2% voor 2007.
|