De woningbouwproductie in de regio Utrecht is in 2004 ten opzichte van het voorgaande jaar gestegen met 16%. Er zijn in totaal 2.601 nieuwe woningen gebouwd. De verwachting voor 2005 is dat de woningbouwproductie verder gaat stijgen.
Bestuur Regio Utrecht
(BRU) heeft in juli 2005 de woningmarktmonitor uitgebracht. De monitor
beschrijft voor de gemeenten in de regio Utrecht de ontwikkeling van de
nieuwbouwproductie, van de woningvoorraad en de markt van sociale huurwoningen
en koopwoningen.
Binnenstedelijke productie op dieptepunt
Uit de monitor blijkt dat
de nieuwbouwproductie in 2004 ten opzichte van het voorgaande jaar is gestegen.
Werden er in 2003 in
de regio Utrecht 2.236 woningen gebouwd, in 2004 steeg dat aantal naar 2.601
woningen. De toename is ontstaan door een stijging van de nieuwbouwproductie op
uitleglocaties.
De woningbouwproductie op binnenstedelijke locaties is gedaald naar 681
woningen, het laagste niveau in tien jaar.
De woningbouwproductie in de regio Utrecht moet volgens de planning van de tien
BRU gemeenten sterk gaan stijgen. In 2005 zullen volgens deze planning van de
gemeenten 4.500 woningen worden gebouwd.
Aandeel koopwoningen neemt gestaag toe
De woningvoorraad is met
2.261 woningen gegroeid naar 253.613 woningen. Het aandeel koopwoningen in de
woningvoorraad is verder toegenomen. Van de in 2004 gebouwde woningen is 91%
een koopwoning. Het aandeel koopwoningen is daarmee gestegen naar 56%.
De voorraad van sociale huurwoningen is gedaald naar 32,5%. De verwachting is
dat dit aandeel verder daalt tot 30% in 2010.
Slaagkans sinds 1998 voor het eerst toegenomen
De kans om een sociale
huurwoning toegewezen te krijgen is in 2004, in vergelijking met het voorgaande jaar,
met 3% toegenomen. De sinds 1998 dalende lijn van de slaagkans voor een
woningzoekende is daarmee doorbroken. De stijging van de slaagkans komt door
het toegenomen aanbod van huurwoningen in combinatie met het gelijk gebleven
aantal woningzoekenden. Dit uit zich ook in de wachttijd. De wachttijd voor een
doorstromer is gedaald met 1 jaar. De wachttijd voor overige woningzoekenden
zoals starters is echter toegenomen met 1 maand. Het zijn dus de huishoudens
die al in een sociale huurwoning wonen die profiteren van het toegenomen aanbod.